Arm kind in Nederland

27 mei 2015

Ik begon mijn vorige blog met het recente OESO-rapport over de toegenomen inkomensongelijkheid in de rijke industrielanden. Een opvallend aspect waar ik toen niet op in ging betreft de toegenomen ongelijkheid in de Scandinavische landen, door Esping-Andersen in zijn standaardwerk The three worlds of welfare capitalism (1990) aangeduid als typisch sociaal democratische verzorgingsstaten – sterke overheid, hoge belastingen, hoge uitkeringen. Ik moet daar echter meteen bij vermelden dat, ondanks dat de kloof tussen arm en rijk in met name Zweden en Finland duidelijk groter is geworden, de inkomensongelijkheid in deze regio nog steeds het laagst is ter wereld.

Een ander opvallend fenomeen betreft de ontwikkeling die ons land op dit punt heeft doorgemaakt. Terwijl de ongelijkheid in Nederland dertig jaar geleden duidelijk hoger lag dan in Scandinavië en in de jaren ’80 en ’90 alleen maar verder toenam, daalde die daarna, om nu uit te komen onder het gemiddelde van de rijke OESO-landen. Ons land staat op het punt van sociale ongelijkheid slechts op geringe afstand van de Scandinavische wereld.

Toch kennen we in ons land grote problemen aan de onderkant. Voedselbanken getuigen hiervan en hetzelfde geldt voor toenemende aantallen schuldenaren en een verdere stijging van de gemiddelde schuld van mensen die gebruikmaken van schuldhulpverlening. Een steeds grotere groep moet met een minimaal inkomen rondkomen, omdat ondersteunende inkomensmaatregelen worden afgebouwd terwijl de uitgaven zijn toegenomen.

Vorige week meldde het NOS Journaal dat een op de zes huishoudens in ons land financiële problemen heeft. Ze hebben forse achterstand bij de betaling van hun huur of hypotheek en van hun zorgpremie. Onderzoek laat keer op keer zien dat de kans groot is dat dat stress geeft voor kinderen, vanwege angst voor gedwongen verhuizing of op straat terecht te komen, vanwege stress bij ouders die daardoor minder ontspannen met hun kinderen kunnen omgaan. En geldgebrek betekent onvermijdelijk ook minder gezond en minder regelmatig eten, geen vakantie, nauwelijks nieuwe kleren, geen nieuwe laptop, geen smartphone, geen uitjes en geen sport.

In Amsterdam staan 1800 huishoudens ingeschreven bij de Voedselbank. Na aftrek van alle vaste lasten hebben zij minder dan 180 euro per maand te besteden. Een treurige situatie, die illustreert dat vrijwel iedere ruimte voor bovengenoemde ‘luxe’ ontbreekt. In dit licht zijn alle initiatieven die kinderen zonder stigmatisering wat extra’s bieden toe te juichen. Zoals Stadsdeel Nieuw-West, dat de kinderen de kans geeft een sport uit te kiezen, twee jaar lang de contributie betaalt plus eenmalig sportkleding en -materiaal. Micro-krediet for the kids!