De bloedband

3 maart 2015

Daar is ie weer: de ‘bloedband’. Wellicht zocht het CDA in het kader van de naderende verkiezingen naar een goed herkenbaar Christen Democratisch thema dat met name wat oudere kiezers beoogt aan te spreken. En daar is ie dan: Grootouders hebben recht op een omgangsregeling met hun kleinkinderen op grond van hun bloedband, stelt het CDA.

Daarmee levert het CDA haar bijdrage aan de discussie over het verminderen van de negatieve effecten van het fenomeen van de vechtscheiding. Het claimen van extra rechten in het kader van een echtscheiding, waarbij de twee ex-partners hun onderlinge wrevel en wraakgevoelens uitvechten over de hoofden van hun kinderen, zal ongetwijfeld enorm bijdragen aan het verminderen van de animositeit! Een kind snapt dat als grootouders recht op omgang gaan opeisen in een conflictueuze situatie, dit de al bestaande spanning alleen maar zal vergroten. En dat is wel het laatste waar kinderen in zo’n situatie behoefte aan hebben.

Een deel van de grootouders is inmiddels uit elkaar en leeft samen met nieuwe partners, met eigen kinderen en kleinkinderen. En dan zijn er natuurlijk nog de ooms en tantes en de neven en nichten. Allemaal een beetje bloedband, allemaal een beetje rechten?

De initiatiefnemers, Peter Oskam en Mona Keijzer, stellen dat een omgangsregeling voor de grootouders in het algemeen ook in het belang is van de kleinkinderen. Deze stelling is echter nergens op gebaseerd. Onderzoek naar de gevolgen van (vecht)scheidingen voor kinderen laat steeds opnieuw zien dat de kinderen voor alles belang hebben bij rust.
Als grootouders echt om hun kleinkinderen geven, dan gunnen ze hen die rust, ook al valt het ze zwaar. Leuk als ze af en toe een aardig berichtje sturen en vragen hoe het met ze gaat. En lief als ze niks claimen.