De tol van de transitie

30 september 2015

Mijn Haagse broer heeft nieuwe buren, aardige hipsters. Ze hebben het appartement dat enkele jaren geleden was gerenoveerd in no time helemaal opnieuw naar de eisen van de hipster laten verbouwen. Uiteraard door goedkope Polen, 6 dagen per week van 7 tot 7. Alles gestript, extra meters gepakt en helemaal opnieuw ingericht, prachtige, enorme ruimte, dik tevreden. Een dag nadat ze erin getrokken waren kregen ze lekkage midden in huis. Een week later stond hun vloer bol. Omdat het savonds wat frisser begon te worden zetten ze de vloerverwarming aan, maar het bleef koud. De week daarop trokken de planken van de schutting krom en kwamen ze los te hangen. Er verschijnen vochtplekken in de hal. Oudere Hagenezen in de straat zeggen ‘da krèg je’. Ze zien het als de tol van deze hipster-aanpak.

Er is weinig hipster aan Rutte II, maar dit is ongeveer de manier waarop dit kabinet de Transitie heeft aangepakt. En zoals te verwachten zijn ook hier de gevolgen navenant. Ik zet een paar in het oog springende uitkomsten van de afgelopen week nog even op een rij. Het zijn de lekkages, de bolle vloeren en de niet werkende vloerverwarming van de transitie.

Zaterdag berichtte NRC Handelsblad over een tragisch ontspoorde situatie in een gezin in Zoetermeer, waar onder het motto ‘eigen kracht’ stelselmatig onvoldoende hulp is ingezet. Het gezin, waarvan behalve de kinderen ook moeder en waarschijnlijk vader licht verstandelijk beperkt zijn, is al jaren in beeld als zeer zorgbehoeftig. Maar als er eind vorig jaar twee maanden regelmatig een schoonmaakhulp over de vloer is gekomen, zet de gemeente de hulp stop: ‘nu kunnen ze wel zelf verder’. Februari dit jaar concluderen hulpverleners dat de ontwikkeling van de kinderen ernstig wordt bedreigd en het gezin onder toezicht moet worden gesteld. Moeder ligt de hele dag op bed, het huis stinkt en is verschrikkelijk vervuild, de school merkt dat de kinderen worden verwaarloosd. Een specialist van de William Schrikkergroep adviseert het gezin langdurig enkele uren per dag schoonmaakhulp en maatschappelijke hulp te bieden. De gemeente, sinds begin dit jaar verantwoordelijk voor dergelijke zorg, stuurt haar WMO-ambtenaar erop af. Hij is weliswaar geen kenner van de doelgroep, maar hij vindt de helft wel genoeg en slechts voor een korte periode. Hij hoopt dat het gezin daarna zelf de draad kan oppakken. Twee maanden later overlijdt de oudste zoon als gevolg van volstrekte verwaarlozing.

Maandag verscheen een stuk in de Volkskrant waarin drie kinderpsychologen aan het woord komen die al negen maanden niet betaald krijgen. Ze bellen zich suf naar de gemeentelijke ‘Backoffice Jeugd’, die nergens antwoord op weet. Ze hebben een gezamelijke praktijk voor vrijgevestigde kinder- en jeugdpsychologen en gezamelijk wachten ze inmiddels op 50.000 euro aan onbetaalde facturen. De gemeente Amsterdam, die zich er steeds op beriep veel dichter bij de burger te staan dan Provincie en Rijk, reageert nergens op. Zoals de drie psychologen besluiten: ‘Het ergste is dat kinderen geen zorg meer krijgen.’

Achter al deze ellende gaat nog een heel ander probleem schuil. Dat betreft de privacy. De Landelijke Vereniging van Vrijgevestigde Psychologen en Psychotherapeuten en de Landelijke Huisartsen Vereniging lieten vorige week weten zich ernstige zorgen te maken over de wijze waarop de gemeenten met vertrouwelijke patienteninformatie omgaan. Ik heb het al lang geleden voorspeld: de privacybescherming wordt ernstig ondergewaardeerd in de jeugdzorg en dit zal de komende jaren in toenemende mate voor grote problemen gaan zorgen. Vele ambtenaren die nu op pad worden gestuurd om tijdens ‘keukentafelgesprekken’ de hulpvraag van ouders en kinderen te beoordelen, hebben niet alleen een gebrek aan expertise. De meesten hebben ook geen flauw idee van netelige kwesties als beroepsgeheim, van discrete omgang met patientgegevens en geinformeerde toestemming van clienten om hun gegevens te mogen inzien. Ze zijn er niet voor opgeleid, ze zien het belang er niet van, ze identificeren zich met een beleid van doorpakken. Sterker nog, deze hbo-ers (en soms mbo-ers), worden in veel gevallen aangestuurd door leidinggevenden die zelf geen sjoege hebben van privacy en het belang daarvan zelfs ontkennen.

Tot nu toe betalen de kinderen en hun ouders plus de hulpverleners de tol van de transitie, de tol van de haast en de bluf, de tol van de misplaatste zuinigheid en van het gebrek aan voorbereiding, van het gebrek aan zorg om de uitwerking en van het gebrek aan professionele scholing van al die gemeente-ambtenaren die met een Eigen Kracht-foldertje en een simpele checklist op zak de hulpvraag komen beoordelen. Het begint tijd te worden dat de tol van de transitie door anderen wordt betaald.