Dolle ideeën en het evidence-beest 15 maart

In de aanpak van delinquente jongeren ontstond in de laatste decennia van de vorige eeuw een steeds bredere waaier aan maatregelen. Naast detentie en behandeling kwam er ruimte voor werkstraffen, leerstraffen, overlevingstochten, werkkampen. Tot voor kort was er amper behoefte aan bewijs of deze aanpakken ook werkten. Pas tegen de eeuwwisseling ontstond twijfel over de effectiviteit van sommige interventie- en preventie-projecten. Sindsdien heeft dit geresulteerd in een snel toenemende behoefte aan bewijs, cijfers, uitkomsten die wijzen op effectiviteit.

Inmiddels geldt evidence based als een must om erkenning te krijgen en dus financiering voor een interventie. Dat wil allerminst zeggen dat er nu een goede en gemakkelijke balans bestaat tussen creatieve ideeën en evidence en tussen wetenschap en beleid. Sommigen voelen zich zo gefrustreerd door de rigiditeit van het zoeken naar hard bewijs dat ze spreken van het ‘evidence beest’. Toch zien we dat het in vele praktijken nog steeds allerminst ontbreekt aan wilde ideeën en onrijpe creativiteit.

Dat komt voor een deel door gebrek aan kennis bij een breder publiek. Zo arriveren er nog steeds bussen met schoolkinderen bij de gevangenis, ook al is al jarenlang bekend dat gevangenisbezoek kinderen niet afhoudt van het plegen van delicten. En nog steeds worden ex-verslaafden uitgenodigd om voor de klas over hun ervaringen te vertellen. Scholen en individuele leerkrachten denken ten onrechte dat ze daarmee iets aan preventie doen. Dat geldt ook voor allerlei bedenksels met overlevingstochten, waarbij (jonge) deelnemers ergens in de natuur moeten afzien. Al jaren is bekend dat dergelijke initiatieven op zichzelf geen enkel preventief effect hebben, maar er blijken steeds opnieuw ‘pioniers’ warm voor te lopen. Hetzelfde geldt voor werkkampen en andere initiatieven waarbij dril en fysieke uitputting voor jeugd die niet deugt voorop staan.

Keer op keer maakt zich van de bedenkers van een ‘nieuwe’ aanpak zo’n bevlogenheid meester dat het erg moeilijk, zoniet onmogelijk wordt een balans te vinden met de voorhanden wetenschappelijke kennis. Neem de Rotterdamse wethouder Eerdmans, die sinds vorig jaar enthousiast bezig is met de uitvoering van Halt-sancties herkenbaar in de buurt, uiteraard niet gehinderd door enige kennis noch begeleid door criminologisch onderzoek.

Of neem Hans de Boer die in 2006, als toenmalig voorzitter van de Taskforce Jeugdwerkloosheid, verklaarde dat het een gemis was dat de dienstplicht was afgeschaft. Anders ‘zouden Marokkanen en Friezen nu samen onder de douche hebben gestaan’. Jazeker, dezelfde De Boer die vorig jaar als werkgeversvoorzitter op vergelijkbaar spontane wijze alle mensen met een uitkering wegzette als ‘labbekakken’ en die op dit moment negatief in het nieuws is vanwege een miljoenenakkefietje met het Vakcollege uit zijn tijd bij de Taskforce – overigens heeft hij volgens Quote ‘als ondernemer gewoon op het juiste moment gecasht.’

Natuurlijk was niet meteen duidelijk in hoeverre samen douchen iets zou kunnen bijdragen aan de door de Taskforce gesignaleerde problemen. Desalniettemin maakte de verwijzing naar dienstplicht, kazernes en discipline een enorm enthousiasme los. Het kabinet volgde al gauw met een plan voor de invoering van ‘prep camps’. Net als met de ‘Lubbers- kampementen’ eind vorige eeuw werd nooit helemaal duidelijk waar het bij dit soort creatieve invallen nu eigenlijk om ging. Ging het om criminelen, om overlastgevende jongelui, om werklozen, om laag- of ongeschoolde jongeren in het algemeen, om vroegtijdige schoolverlaters?

Inderdaad, het evidence beest moet worden getraind en begeleid. Maar het is niet slecht als dit beest ons helpt tegen dit soort creatieve grenzeloosheid te beschermen.