Is er misschien te hard bezuinigd?

20 september 2015

5 miljard lastenverlichting. Is er dan niet te hard bezuinigd? In mijn blog van 27 februari wees ik erop dat de transitie van de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg naar de gemeenten een trend met zich bracht om hulpverleners in de zorg te vervangen door boekhouders. Ergo, groei van wachtlijsten, terwijl jonge, gemotiveerde hulpverleners stonden te trappelen om in de jeugdzorg aan de slag te gaan. Ik veronderstelde dat de voorstanders van de decentralisatie (en van de snelheid waarmee die moest worden ingezet) dit niet hadden bedoeld en dat niemand hier tevreden mee zou zijn.

Een half jaar later bleek het spook van de wachtlijsten helaas overal opnieuw op te doemen. Het CBS signaleerde een sterk toegenomen vraag naar jeugdzorg. De jeugdzorgaanbieders rekenden op een snelle terugkeer en toename van de wachtlijsten. Op korte termijn zouden ze door het karige budget heen zijn dat de gemeenten hen in het licht van de door het rijk opgelegde bezuinigingen hadden toegewezen. Op de achtergrond speelde de gigantische reductie van het aantal bedden van de afgelopen jaren in de jeugd-ggz. Dit ging gepaard met mooie ideeen over alternatieve, ambulante zorg, maar die is nog lang niet voldoende van de grond gekomen.

Tegen die achtergrond werd deze zomer de alarmklok geluid over de crisisopvang voor kinderen in acute nood. Deze voorzieningen konden de vraag niet meer aan. Dit was niet alleen een gevolg van de zuinige inkoop van specialistische jeugdzorg door de gemeenten en de drastische beddenreductie in de jeugd-ggz. Het was ook een gevolg van het gebrekkig functioneren van de wijkteams die kinderen moeten doorverwijzen. Als er al contact werd gelegd vanuit het wijkteam, kwam die reactie in veel gevallen pas heel laat en ontbrak het vaak aan voldoende professionaliteit en kennis. Vaak werd daardoor te lang doorgemodderd met te lichte hulp, waarna op een gegeven moment alleen nog crisisopvang overbleef.

Onlangs bleek uit een rapport van de Rotterdamse ombudsman dat in de Maasstad, die zich van meet af aan op de borst klopte dat men voorop liep in de voorbereiding op de transitie, in feite al vanaf het begin van het jaar een wachtlijst was ontstaan. Kleinere gemeenten zien zich geconfronteerd met forse tekorten. Ze willen de contracten met de instellingen bijstellen en extra kortingen toepassen en ze eisen een ‘opnamestop’.

In dit licht is de tevredenheid waarmee het kabinet haar miljoenennota presenteert moeilijk te verteren. 5 miljard lastenverlichting voor werkenden, nadat zonder voldoende reflectie vele miljoenen op de jeugdzorg zijn bezuinigd. Terwijl er schreeuwende behoefte is aan meer plekken en handen in de jeugdzorg geeft het kabinet ongericht miljarden weg. Daarmee wordt zorgeloos voorbijgegaan aan de onmiskenbaar dringende behoefte en aan de schade die het bezuinigingsbeleid op dit terrein heeft aangericht. Bezuinigingen, wachtlijsten? Allemaal incidenten. Van Rijn ziet hier geen taak meer voor de rijksoverheid. Jeugdzorg, daarvoor moet je volgens hem bij de gemeenten zijn. Die moeten hun problemen op dit gebied zelf oplossen.