Kamerlid Fred Teeven en de ‘toenemende onveiligheid’

29 maart 2015

In december 2008 discussieerde ik in Buitenhof met kamerlid Fred Teeven. Teeven zat toen voor de tweede maal in de Tweede Kamer, dit keer voor de VVD. In 2002 was hij Pim Fortuyn opgevolgd als lijsttrekker voor Leefbaar Nederland en vervolgens was hij ruim een half jaar voorzitter van de tweemans fractie van die partij geweest. Na een conflict was Teeven overgestapt naar de VVD. Deze partij zag wel wat in versterking van haar rechtervleugel en plaatste hem bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2006 op een zesde plaats van de kandidatenlijst. Zo belandde Teeven opnieuw in het parlement, steeds met dezelfde mantra: de misdaad neemt schrikbarend toe, slachtoffers komen niet aan bod en ik als doorgewinterde officier van justitie ben de man om hier verandering in te brengen.

Dat was dus ook zijn bijdrage aan ons debat bij Buitenhof onder leiding van Rob Trip. Ik had net drie dikke bundels over jeugdcriminaliteit en jeugdstrafrecht uitgebracht en mijn boodschap was dat er helemaal geen sprake was van toenemende jeugdcriminaliteit, met het bekende verhaal van de drie bronnen: Teeven en anderen die voortdurend riepen dat de jeugdcriminaliteit sterk toenam baseerden zich ten onrechte alleen op de politiecijfers. Alleen al vanwege de lage pakkans zijn die weinigzeggend als het om toe- of afname van (jeugd)criminaliteit gaat. Daarom kijken criminologen vooral naar zelfrapportages en slachtofferenquetes. Daaruit bleek dat de jeugdcriminaliteit juist tamelijk constant was.

Teeven somde een waslijst aan verontrustende incidenten op en eindigde met de provocerende vraag of ik soms vond dat Nederland rustig kon gaan slapen? Toen ik daarop bevestigend antwoordde, konden we allebei tevreden naar huis: Teeven meende dat ie de professor tot een domme uitspraak had verleid, ik vond dat ik zijn holle retoriek had doorgeprikt. We kregen allebei bijval uit onverwachte hoek. Volgens oud VVD-minister en toenmalig bestuursvoorzitter van de AFM, Hans Hoogervorst, die in dezelfde uitzending aan bod kwam had ik gewonnen op punten.

Meteen daarop kwam echter toenmalig PvdA-correfee en Buitenhof-columnist Jos de Beus naar me toe om me duidelijk te maken dat je natuurlijk nooit mocht bevestigen ‘dat we rustig kunnen gaan slapen’. Sindsdien meen ik iets meer te begrijpen van de neergang van de sociaal democratie. Wat betreft de zorg vraag ik me de laatste tijd zelfs af of dit dogma inmiddels misschien ook in omgekeerde richting geldt: dat je, zelfs als problemen als gevolg van eigen beleid zich aan alle kanten opdringen, stug volhoudt dat we rustig kunnen gaan slapen …

Inmiddels is Fred Teeven na ruim vier jaar als bewindspersoon op Veiligheid en Justitie naar aanleiding van een akkefietje uit zijn tijd als crimefighter voor de derde keer teruggekeerd in de Tweede Kamer. Aangezien de laatste jaren uit cijfers van zijn eigen ministerie bleek dat de criminaliteit in het algemeen en de jeugdcriminaliteit in het bijzonder spectaculair afnam, kon hij als staatssecretaris moeilijk anders dan dit erkennen. Ook al zien we een dergelijke trend in de hele westerse wereld, dit werd door hem en Opstelten geclaimd als ‘gevolg van ingezet beleid’. Het is dus de vraag hoe Teeven zich nu gaat opstellen. Wat heeft hij nog in de Kamer te zoeken als hij niet terugkeert naar zijn vertrouwde mantra van de toenemende onveiligheid?