Kinderen horen niet in de politiecel

12 dec. 2014

Dinsdagavond 9 december bracht het NCRV programma ‘Altijd wat’ een indringende rapportage over kinderen die wegens verdenking van een delict worden vastgehouden op het politiebureau, soms een paar uur, soms een dag en een nacht en soms een paar dagen. Vaak is hen helemaal niet duidelijk waarvan ze worden verdacht. Al die tijd hebben ze geen advocaat gezien noch hun ouders gesproken. We hebben het hier niet over een ander, juridisch minder ontwikkeld continent maar over Nederland.

Enkele jaren geleden bracht Defence for Children al een kritisch rapport uit over dergelijke misstanden – Een paar nachtjes in de cel. Toen al bleek dat er in ons land, in strijd met het VN-Kinderrechtenverdrag en in tegenstelling tot de meeste omringende landen, rond het voorarrest van kinderen geen enkele aparte regeling bestaat. Het gaat hierbij om duizenden minderjarigen die ieder jaar met de politie te maken krijgen. Ze worden zeker niet allemaal verdacht van een ernstig feit; het zijn lang niet allemaal veelplegers, maar ook kinderen die betrokken zijn bij een vechtpartijtje, die onveilig vuurwerk hebben afgestoken of iets hebben vernield.

Minderjarigen verblijven in dezelfde cellen als volwassenen en worden geconfronteerd met dronken en gestoorde en soms geweldadige volwassen verdachten. Ze krijgen meestal alleen met gewone agenten te maken die niet getraind zijn in omgang met kinderen. De wettelijke maximale termijn voor het verblijf van minderjarigen in politiecellen is met zestien dagen en vijftien uur veel te lang.

Op vragen vanuit de Tweede Kamer naar aanleiding van dit rapport antwoordde staatssecretaris Teeven indertijd dat de wet niet zou worden aangepast. Minister Opstelten schreef dat hij de tijd die minderjarige verdachten in de politiecel doorbrengen in het algemeen niet te lang vond en dat hij geen reden zag om de wet aan te passen.

Die reden is er echter wel degelijk. De wet moet op dit punt dringend worden aangepast. 25 jaar nadat het Internationaal verdrag voor de Rechten van het Kind door de Verenigde Naties is aangenomen en vervolgens door ons land geratificeerd, en bijna 5 jaar nadat de Raad van Europa de Rules on Childfriendly Justice heeft aangenomen, kan Nederland niet doen alsof er op dit punt geen vuiltje aan de lucht is. Net als in andere beschaafde landen dient er een aparte regeling voor minderjarige verdachten te komen, met een veel kortere maximale termijn, met als hoofdregel dat kinderen standaard naar huis worden gestuurd tenzij er zeer dringende en overtuigend uit te leggen redenen zijn om ze vast te houden, zoals vluchtgevaar, risico van bedreiging en van herhaling.

Nog beter zou zijn dat de bewindslieden aankondigen dat er een algehele bezinning op ons jeugdstrafrecht nodig is en dat zij daartoe een commissie instellen. Die commissie zou de opdracht moeten krijgen een voorstel te doen teneinde ons stelsel op alle belangrijke onderdelen in overeenstemming te brengen met de eisen die daar vanuit het Kinderrechtenverdrag, de Europese Rules on Childfriendly Justice en de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens aan moeten worden gesteld.