Klachtrecht in het kader van het Kinderrechtenverdrag

25 juni 2015

Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) is spectaculair breed geaccepteerd. Het is het meest geratificeerde verdrag ter wereld; alleen de VS en Somalië hebben het niet geratificeerd. Toch was het volgens velen een tamelijk tandeloze tijger, omdat het geen eigen rechtsingang bood: er was geen mogelijkheid tot voorleggen van klachten, zoals dat bijvoorbeeld kan bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.
Sinds kort bestaat die mogelijkheid echter wel. Op 24 april jl trad het zogeheten ‘3e Protocol’ in werking en vanaf dat moment was het VN Kinderrechtencomité bevoegd klachten over schendingen van kinderrechten in behandeling te nemen en zelf onderzoek te doen naar systematische kinderrechtenschendingen.
In het juninummer van Jeugdrecht in de Praktijk laat Timo Veldman zien dat de tanden van deze kinderbeschermingstijger overigens niet heel scherp zijn. Het Comité kan namelijk geen bindende uitspraken doen; het moet het hebben van haar gezag en mogelijke vrees bij regeringen voor gezichtsverlies. Heel veel tanden heeft het gebit van deze beschermingstijger ook niet, omdat collectief klachtrecht is afgewezen en alleen individueel klachtrecht mogelijk is. Dit wordt echter gecompenseerd, voor zover het Comité nu ook het recht heeft om zelfstandig onderzoek naar mogelijke misstanden te doen.
Bovendien is het gebit van deze tijger nog allerminst volgroeid, aangezien tot op heden pas 31 landen het Protocol hebben ondertekend en nog slechts 17 landen het hebben geratificeerd. Onze buurlanden Duitsland en België behoren tot die 17; de Nederlandse regering is hiertoe onder meer aangespoord door de Eerste Kamer en heeft twee jaar geleden al toegezegd hierover met een standpunt te komen, maar daar is het bij gebleven.
Terecht constateert Veldman dan ook dat het hoog tijd wordt dat ons land het Protocol ondertekent en ratificeert. Want ondanks alle genoemde beperkingen kan het wel degelijk een rol spelen bij het beter garanderen van de rechtsbescherming van minderjarigen, in Nederland en elders in de wereld. Om slechts enkele voorbeelden te noemen: het Protocol kan bijdragen aan de naleving van het recht om echt te kunnen participeren in procedures die kinderen direct aangaan, zoals het kinderverhoor bij scheidings- en omgangsregelingen, de rechtspositie van minderjarigen in het strafproces kan erdoor worden verstevigd, en het recht op vrije tijd en het recht om niet betrokken te worden bij een gewapend conflict kunnen ermee worden afgedwongen.