Nawoord bij ‘Kinderen op de vlucht’ 28 februari 2016

 Inmiddels heeft de politiek ook gereageerd op het rapport Wachten op je toekomst. Kinderen in de noodopvang in Nederland. Die reactie is toch wel verhelderend, vanwege de toonzetting, vanwege de richting en de inzet. Mocht u namelijk nog twijfelen uit welke hoek de wind  waait waarmee Kinderombudsman Dullaert aan de kant wordt geschoven, dan kan het geen kwaad kennis te nemen van het commentaar van Malik Azmani op dit rapport: ‘Opmerkelijk dat wanneer met man en macht wordt geprobeerd in dit land asielzoekers een veilig dak boven hun hoofd te geven, waarbij de grenzen in zicht zijn van wat we aankunnen, deze Kinderombudsman nu weer met een kritisch rapport moet komen wat er allemaal beter had gekund.’ Let op de nadruk die Azmani, fijn besnaard lid van de Tweede Kamer voor de VVD, behalve op in dit land legt op deze Kinderombudsman.

Zoals ik al schreef is het rapport van Dullaert onderdeel van een omvattende rapportage van 33 Europese Kinderombudsmannen, gewetensvolle lieden die allemaal als taak hebben toe te zien op de naleving van elementaire kinderrechten. Maar daar hebben de Azmani’s in onze wereld maling aan. Zij geloven in ‘klein denken’, ‘eigen volk eerst’. Het is precies dit klein denken dat de vluchtelingencrisis dieper en dieper maakt. Ieder voor zich. En het zijn enerzijds de onafhankelijke Kinderombudsmannen en anderzijds de dappere burgermeesters en burgers die dit klein denken doorbreken, met inspirerende initiatieven en pleidooien voor kleinschalige en daarmee kindvriendelijke opvang.

Mocht u toch nog twijfelen aan de gure wind waarmee Dullaert aan de kant wordt geschoven en waarin Azmani zijn partijtje meeblaast, dan moet u ook even kennisnemen van het commentaar van de PVV. Die noemt de Kinderombudsman een ‘naieveling’ en zegt over zijn rapport ‘Gezeur (…) Belachelijke kritiek. Asielzoekers krijgen hier juist veel te veel.’ De PVVD heeft het wel gehad met de Kinderombudsman. Men is dit soort kritische rapporten zat.