Uithuisplaatsing: meer garanties nodig dat het beter gaat met de kinderen

1 februari 2019

Helaas wordt ons vertrouwen in de jeugdbescherming met enige regelmaat ernstig beschadigd. Zo kwam onlangs in een uitzending van Nieuwsuur een reeks schrijnende fouten in een en dezelfde casus aan het licht. Een veertienjarige was bij een alleenstaande pleegvader geplaatst. Al snel bleek hier sprake van seksueel misbruik. De pleegvader meldde het misbruik zelf bij éeen van de drie betrokken zorgorganisaties, maar stelde het vals voor: Mustafa zou zelf hebben verzocht om seksueel contact en hij zou daar slechts ‘op diens verzoek’ op zijn ingegaan. Hoewel deze voorstelling zijn gedrag uiteraard niet minder laakbaar en strafbaar maakt, verdiepte geen van de betrokken organisaties – Jeugdbescherming Gelderland, het Verdihuis in Oss en de Stichting Voorziening voor Pleegzorg – zich in de zaak. Ze deden evenmin een melding bij Veilig Thuis of aangifte.

Het Verdihuis, dat zichzelf op haar website aanprijst als ‘beste werkgever 2018-2019’ en dat zegt ‘wonen in een veilige omgeving’ te garanderen, blijkt al jarenlang clienten bij de pleegvader te plaatsen. De organisatie doet er alles aan om te zorgen dat het deze opvangplek niet kwijtraakt. “Het Verdihuis ziet geen aanleiding om te stoppen met dit gezinshuis”, schrijft de organisatie. “Wel blijft het de taak van het Verdihuis om de gezinsouder zo goed mogelijk te begeleiden zodat hij op een prettige manier verder kan met de opvang in zijn gezinshuis.”

Alsof deze opstelling al niet erg genoeg is, besluit men ook dat de jongen nog twee maanden bij de pleegvader moet blijven wonen, waarna het misbruik gewoon doorgaat. Zonder excuses voor deze misstand en zelfs zonder enige specifieke ondersteuning naar aanleiding van deze traumatische ervaring, wordt hij vervolgens in een gesloten instelling geplaatst. Gegeven de niet weersproken beschuldiging – ‘hij vroeg er zelf om’ – voelde hij zich daar als dader in plaats van als slachtoffer benaderd en zeer onveilig.

Als hij acht jaar later eindelijk aangifte durft te doen wordt de voormalige pleegvader door het Gerechtshof veroordeeld tot 24 maanden cel. Pleegvader voelt zich gesteund door de zorgorganisaties en procedeert door, maar de Hoge Raad bevestigt dit vonnis twee jaar later. Het vonnis bevestigt tevens dat het misbruik na de eerste melding nog twee maanden is doorgegaan. Helaas komt hiermee nog geen einde aan deze treurige geschiedenis. Na de laatste veroordeling verzamelt de jongeman de moed om de betrokken organisaties ter verantwoording te roepen: waarom heeft niemand ingegrepen? In plaats dat alsnog ruiterlijk excuses volgen, leidt dit tot een jarenlange worsteling om erkenning. En als hij uiteindelijk excuses en een schadevergoeding krijgt, legt Jeugdbescherming Gelderland hem een contract voor, dat hem verbiedt met anderen te praten over deze zaak. De advocaat van de organisatie prent hem dit meerdere malen in. Toch meldt Mustafa zich uiteindelijk bij de Inspectie. Die oordeelt tenslotte dat zo’n zwijgcontract nooit opgesteld had mogen worden.

Het verantwoordelijk ministerie van Volksgezondheid heeft tot nog toe weinig haast gemaakt met een wettelijk verbod en strafbaarstelling van dergelijke zwijgcontracten. Toch is allang bekend dat die ook elders in de zorg – in de ziekenhuis-, gehandicapten- en ouderenzorg – voorkomen. Minister Hugo de Jonge twitterde in reactie op de uitzending dat hij daar wel voor voelt. Het kan geen kwaad als de Kamer hem hierop aanspreekt en naar aanleiding van het optreden van Jeugdbescherming Gelderland in deze zaak aandringt op spoed met een dergelijk verbod.

Maar het lijkt intussen ook tijd om het hele beleid van Jeugdbescherming Gelderland kritisch door te lichten. Ik herinner aan het al even pijnlijke en goed gedocumenteerde verhaal dat eind vorig jaar verscheen in de NRC over een klein particulier opvangtehuis in Gelderland – C&S – waar tien kinderen met gedragsstoornissen via dezelfde Gelderse instelling bij acht volwassenen met uiteenlopende psychiatrische stoornissen waren geplaatst, met een nauwelijks opgeleide begeleider, soms met één stagiair, soms alleen een stagiair, vrijwel zonder zorg- of begeleidingsplan, met volstrekt onvoldoende geld voor eten en andere behoeften en chaotische disciplinaire regels. Jarenlang keek de zorgorganisatie nauwelijks om naar wat hier feitelijk gebeurde. Net als in het geval van de pleegvader was men blind en voelde men zich niet verantwoordelijk voor evidente misstanden. Zowel de kinderen als de volwassenen zijn er inmiddels weggehaald. De sociale recherche doet onderzoek naar de financiële administratie.

Ook hier lijkt de leidende gedachte bij Jeugdbescherming Gelderland geweest om deze opvangplek niet kwijt te raken en is het belang van de kinderen daar langdurig aan ondergeschikt geweest. Deze pijnlijke voorbeelden drukken ons voor de zoveelste keer met de neus op het feit dat we alleen onder garantie, dat we werkelijk kunnen vertrouwen op een superalerte uitvoering van en toezicht op de jeugdbeschermingsmaatregelen, tot zo’n ingrijpende beslissing als uithuisplaatsing kunnen overgaan. Als de veiligheid van deze kinderen niet is gegarandeerd, stort deze kant van de jeugdbescherming als een kaartenhuis in elkaar.