Misschien is de jeugdzorg over 10 of 15 jaar op orde …

3 maart 2019

In 2015 werden de gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdzorg. De zorg zou dichter bij huis, sneller, transparanter en effectiever worden georganiseerd onder het motto ‘één gezin, één regisseur, één plan’. Ondanks geweldige inspanningen op de werkvloer blijkt daar in veel gevallen mede als gevolg van de haast, onvoldoende voorbereiding en slecht onderbouwde en overwegend ideologische inzichten bij de invoering plus vergaande bezuinigingen niet heel veel van terecht te komen. Nog steeds moeten gezinnen zich door een batterij aan organisaties worstelen voor ze hulp krijgen. Die organisaties zetten ook steeds nieuwe medewerkers in op oude zaken, daartoe gedwongen door een onrustbarend sterk personeelsverloop. Eén regisseur blijkt vanuit het perspectief van de kinderen en hun ouders in veel gevallen een illusie, aangezien de laatste jaren op diverse plaatsen jaarlijks een substantieel deel van de medewerkers vertrekt, sommigen al binnen een jaar. Als ik op locaties een lezing geef, tref ik daar vaak een groot aantal net afgestudeerde jonge mensen met veel interesse en vol goede bedoelingen, maar uiteraard zonder levenservaring en zonder ervaring in het veeleisende werk van de jeugdbescherming. Bij gebrek aan alternatieven krijgen zij meteen de regie over forse aantallen, meestal behoorlijk ingewikkelde zaken, waarbij ze vaak slechts op afstand worden gesuperviseerd. De instellingen waarbinnen zij werken verkeren in een continue overlevingsstrijd, die voor een belangrijk deel het gevolg is van de noodzaak, sinds de nieuwe Jeugdwet, de zorg aan te besteden.

Tegen deze achtergrond is het niet verwonderlijk dat we met enige regelmaat worden geconfronteerd met misstanden, waardoor het vertrouwen in onze jeugdbescherming steeds opnieuw ernstige deuken oploopt. Eind vorige maand was dat bijvoorbeeld het geval naar aanleiding van een uitzending van Nieuwsuur, waarbij een reeks schrijnende fouten in verband met misbruik van een veertienjarige door zijn pleegvader aan het licht kwam. Geen van de betrokken organisaties – Jeugdbescherming Gelderland, het Verdihuis in Oss en de Stichting Voorziening voor Pleegzorg – was er aan toegekomen zich in de zaak te verdiepen. Kort daarvoor was Jeugdbescherming Gelderland ook al negatief in het nieuws gekomen vanwege volledig gebrek aan controle bij een klein particulier opvangtehuis waar zij tien kinderen met gedragsstoornissen bij acht volwassenen met uiteenlopende psychiatrische stoornissen had geplaatst. Hemeltergend was ook het verhaal over Jill, een autistische jongvolwassen vrouw met lvb, die als kind meermaals seksueel werd misbruikt door medebewoners in de zorginstellingen waar zij verbleef.  Jill moest binnen een jaar tweemaal voorkomen bij de rechter, omdat hulpverleners haar hadden aangeklaagd wegens geweld. In feite ontbeerden de hulpverleners voldoende kennis en ervaring om te kunnen omgaan met haar gedrag en konden ze haar heftige verzet tegen pogingen haar te ‘fixeren’ onvoldoende duiden, laat staan daar adequaat mee omgaan.

Dit weekend verscheen een uitgebreid verslag van een gezamelijk onderzoek van de website Vers Beton en NRC naar de situatie in Rotterdam, de grootste jeugdzorgregio van Nederland. Hierin wordt een indringend beeld geschetst van de angstcultuur die daar heerst: ‘Angst om iets te missen, om een dood kind te vinden en daarvan de schuld te krijgen. En omdat veiligheid nooit te garanderen is, heeft de jeugdzorg iets van een fuik. Je komt er wel binnen, maar vertrekken is praktisch onmogelijk.’ In een vernietigend rapport concludeerde de Rotterdamse Rekenkamer vorig jaar dat de wijkteams in deze regio matig functioneren en dat dat grotendeels te wijten is ‘aan een krampachtige centrale sturing op controle en rapportages’ van de gemeente, terwijl die gemeente tegelijkertijd ‘grotendeels ontkent dat er überhaupt een probleem is’ met de wijkteams. Een voorbeeld daarvan was volgens de Rekenkamer het verhullen van de te lange wachttijden bij de wijkteams. De onderzoekers wijzen erop dat binnen de jeugdzorg niemand blij is met de aanbesteding. Hans du Prie, bestuurder van de grote jeugdzorg- en onderwijsinstelling Horizon, zegt hierover: ‘We zitten gevangen in systemen die we niet wilden. In plaats van dat we kunnen nadenken over betere jeugdzorg, besteden we 80% van onze energie aan de vraag hoe we deze periode doorkomen.’

Eind 2013 legde ik mijn zorgen over de haast, het gebrek aan voorbereiding en aan bewijs dat de aanstaande transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten positief zou uitpakken voor aan bestuurders van de Bureaus Jeugdzorg Rotterdam en Amsterdam. Niemand zag een probleem. Alles zou alleen maar beter worden. Toen ik Erik Gerritsen – toenmalig directeur van Bureau Jeugdzorg Amsterdam, nu Secretaris Generaal van VWS – vroeg of de transitie niet langzamer zou moeten verlopen, antwoordde hij: ‘Nee, het tempo moet juist hoger!’ Nu, vijf jaar later, stelt bestuurder Marina Kruithof van Jeugdbescherming Rotterdam-Rijnmond: ‘Ons werk is heel ingewikkeld en we hebben een heel ingewikkeld stelsel gebouwd. Het duurt zeker tien tot vijftien jaar voor we het goed voor elkaar hebben.’ Het is de vraag of we het ons moreel gezien kunnen veroorloven zolang voort te modderen met een systeem waarin de kans groot is dat kinderen erdoor worden beschadigd. En het is nog maar helemaal de vraag of we het over tien tot vijftien jaar werkelijk goed voor elkaar zullen hebben.