Geen kind routineus in de cel

20 maart 2019

Drie meisjes van 13 en 14 jaar slenteren door de Big Bazar in Apeldoorn. Als ze de winkel verlaten gaat het alarm af. Een van hen heeft geprobeerd een lippenstift te jatten. De politie wordt gebeld, waarna ze alle drie worden meegenomen naar het bureau en daar urenlang worden vastgehouden, zonder dat ze hun ouders mogen spreken. Drie kereltjes van 15 komen af op de luidruchtige opening van feestcafé ’t Lammetje van rapper Lil’ Kleine in Amsterdam. Uit pure baldadigheid pikt een van hen een van de 20 tuin-lammetjes van het café, waarna ze wegrennen. Undercover-agenten gaan achter hem aan, slaan hem in de boeien en zetten hem in een politiecel. Een 13-jarige wordt aangehouden op verdenking van fietsendiefstal, terwijl hij zegt dat hij juist probeerde zijn vriendjes daarvan te weerhouden en de eigenaar van de fiets te helpen. Omdat de politie zijn vriendjes niet kan vinden wordt hij twee dagen lang op het bureau vastgehouden.

Het verhaal van Toine Heijmans, vorig jaar zomer, over zijn zoon die ruim 7 uur in een politiecel zat, omdat hij een pak koekjes en twee drankjes had gestolen in een supermarkt blijkt allerminst uitzonderlijk. Advocaten en politiemensen bevestigen dat regelmatig kinderen die nooit eerder met de politie in aanraking zijn geweest vanwege een flutdelict urenlang worden opgesloten in een kale cel, met een metalen toilet en een betonnen bedbank. Zo vertelde een advocaat ons onlangs dat een 13-jarige die allang in z’n bed lag, tegen middernacht van zijn bed werd gelicht en in een politiecel gegooid, verdacht van heling van een brommer. Hij huilde de hele nacht. De volgende ochtend bleek al snel dat er sprake is van een persoonsverwisseling. Toch werd hij pas aan het eind van de middag na 18 uur vrijgelaten, oververmoeid en totaal overstuur. Het blijkt regelmatig voor te komen dat pubers ‘savond worden aangehouden en dan niet naar huis worden gestuurd, maar de hele nacht in een politiecel worden vastgehouden. Vanwege een recente wettelijke aanpassing mogen verdachten inmiddels maximaal 9 uur op deze wijze wordt vastgehouden, waarbij de 9 nachtelijke uren niet worden meegeteld, ook al gaat het om diefstal van lippenstift of koekjes en ook al gaat het om kinderen met een blanco strafblad.

Er zijn weinig mensen in Nederland die dit aanvaardbaar vinden. Dat geldt ook voor politie en justitie. Vanuit de politieacademie werd bijvoorbeeld op het verhaal van Heijmans gereageerd met de stelling dat alle betrokken professionals zich in zo’n geval steeds de vraag moeten stellen ‘zou ik willen dat mijnkind zo wordt behandeld?’ We vinden het vanzelfsprekend dat vrijheidsbeneming bij kinderen alleen als het echt niet anders kan wordt toegepast, zoals het VN-Kinderrechtenverdrag verlangt.

Uit zelfrapportages blijkt bovendien dat de meeste kinderen wel eens over de schreef gaan. Doorgaans schrikt de omgeving daarvan, en terecht. Maar net zo terecht beschouwen we dit als vervelend, maar normaal experimenteergedrag, dat om een leeftijdsadequate sanctie vraagt. Dergelijk gedrag geeft op zich overigens geen enkele aanwijzing voor voortgezet crimineel gedrag. Tenslotte roept de energie die de politie besteedt aan het langdurig vasthouden van kinderen op het bureau ook nog heel andere vragen op, met name over de efficiency. We krijgen immers voortdurend signalen dat de politie mensen tekort komt om alle aangiftes in behandeling te nemen en om zware criminelen te kunnen opsporen en hun straf te laten uitzitten. Had de Dik Trom-actie van de lammetje-pikkers niet wat efficienter door de agenten in burger kunnen worden afgedaan, zodat ze hun energie konden sparen voor het echte werk? En had de 13-jarige die ten onrechte ‘snachts was vastgezet omdat hij was verward met een andere persoon, de volgende ochtend echt niet meteen vrijgelaten kunnen worden?

Kinderen hoeven helemaal niet urenlang te worden vast gehouden op het bureau. Dat kan gewoon thuis, waarna ze later op afspraak op het bureau verschijnen. Als het kind niet komt opdagen, geeft dat meteen een indicatie dat er iets niet goed zit en dan moeten de ouders daarop worden aangesproken en jeugdzorg worden ingeschakeld.

Vanuit die invalshoek is het verheugend dat recent in Twente met succes een proef afgerond met als uitgangspunt geen minderjarigen onnodig in de cel. Een kind dat voor de eerste keer met de politie in aanraking komt voor een relatief licht delict kan na een telefoontje met de ouders direct naar huis. Binnen een week hebben kind en ouders dan een zogeheten ‘reprimandegesprek’ op het politiebureau. Vanuit het hele land bestaat bij de politie interesse voor deze aanpak. Minister Dekker heeft aangekondigd dat hij binnenkort met voorstellen komt voor verbetering van het jeugdstrafrecht. Het valt te hopen dat het reprimandegesprek, voortgekomen uit kritische reflectie vanuit de politiepraktijk, daarin een belangrijke plaats krijgt.