Minister Hugo de Jonge: grijp in bij Jeugdbescherming Rotterdam

24 april 2019

Je waant je in een ander land. Zoveel ongefundeerd wantrouwen, zoveel botte onwil, zo’n volstrekte onverschilligheid voor rechten van ouders en kind en voor de toekomst van het kind, zo lomp naast zich neerleggen van kritisch advies van de lokale kinderombudsman en zo verontrustend negeren van opdrachten van de rechter.

De evaluatie van de Jeugdwet begin vorig jaar maakte duidelijk dat de rechtsbescherming van kinderen en ouders in de jeugdzorg op veel plaatsen te kort schiet. Het rapport van de kinderombudsman Rotterdam dat kort daarop verscheen, liet zien dat in de Maasstad, de stad die zich erop laat voorstaan doortastend aan de slag te zijn gegaan in het kader van de Jeugdwet, grenzen zijn overschreden en belangrijke voorwaarden verontachtzaamd. De kinderombudsman constateerde dat de manier waarop in Rotterdam drang op ouders en kinderen werd uitgeoefend in het kader van de ‘vrijwillige’ jeugdhulp, serieuze tekortkomingen vertoonde en fundamenteel moest veranderen.

De kinderombudsman signaleerde het gebruik van intimidatie en veroordeelde deze aanpak als ‘ongepast en contraproductief. Dat was vooral ernstig als er zware ingrepen in het gezin werden toegepast. Dan ging het onder meer om uithuisplaatsingen, waaraan in een beschaafd land als het onze een kinderbeschermingsmaatregel en een beslissing van de rechter ten grondslag hoort te liggen.

Een van de schrijnende voorbeelden waarbij de drang-aanpak tot volledige ontsporing van de jeugdbescherming leidde, betrof een kleuter van 5, die onverwacht van school werd opgehaald en tegen de wil van de moeder op een geheim adres ondergebracht, omdat er sprake zou zijn van mishandeling thuis. De moeder had nog aangeboden om de dochter dan onder te brengen bij familie maar dit werd geweigerd. Er was geen enkel bewijs voor mishandeling, er was geen kinderbeschermingsmaatregel opgelegd en de uithuisplaatsing was niet ter toetsing aan de kinderrechter voorgelegd.

Een schokkend relaas in de NRC van 23 april 2019 maakt duidelijk dat het heel slecht gaat met dit meisje en dat ze erg ongelukkig is in haar huidige situatie. Ruim een jaar na het rapport van de kinderombudsman – drie jaar na haar plotselinge uithuisplaatsing – is ze nog steeds niet teruggekeerd naar haar moeder (of ondergebracht bij familie), ondanks gebrek aan enig bewijs voor mishandeling en zelfs aan onderzoek over de veiligheid bij haar moeder.

Hoewel de kinderrechter constateert dat Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond op alle fronten faalt en zaken op de lange baan schuift – Jeugdbescherming weigert een plan te maken en biedt moeder geen concrete doelen waaraan ze zou moeten werken om haar kind terug te krijgen, er is geen vaste jeugdbeschermer voor moeder en kind en de omgangsregeling tussen moeder en dochter wordt niet verruimd – verandert er niets. Je waant je echt in een ander land.

‘Te vaak is het de jeugdzorg zélf die kinderen beschadigt’, luidt de kop van een uitgebreid recent artikel over de situatie in de jeugdzorg in de NRC. Werd dat beeld een week geleden bevestigd in het rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd,  waarin de jeugdzorg in de Maasstad ernstig werd bekritiseerd, deze casus in dezelfde stad vormt daar opnieuw een griezelig voorbeeld van. Wil dit negatieve beeld veranderen, wil het ernstig beschadigde vertrouwen in de jeugdzorg in Rotterdam – maar ook landelijk – enigszins worden hersteld, dan zal hier met spoed en krachtdadig een en ander moeten worden rechtgezet. Het lijkt me dan ook hoog tijd dat minister Hugo de Jonge, oud-wethouder jeugdzaken van Rotterdam, persoonlijk in deze zaak ingrijpt.