Inenten, of: hoe beschermen we de kleinsten?

4 juni 2019

Pauw, donderdagavond 17 november 2016. Waarschijnlijk was dit de enige keer dat de talkshowhost zich de dag na de uitzending gedwongen zag daarop terug te komen en excuses te maken. Drie gasten hadden op de 17van hem de kans gekregen ongeremd hun gal te spuwen over het inenten van kinderen en met een serie wilde verdachtmakingen rond vaccinaties op de proppen te komen, terwijl de voorzichtig formulerende kinderarts werd geïntimideerd. De uitzending leidde tot een handtekeningenactie. Volgens sommigen had daar een ‘welbespraakte medicus’ moeten zitten, die de antiprikkers ‘met harde feiten naar een hoek van de studio had gewezen.’  Anderen meenden echter dat dit niets zou hebben geholpen. Volgens hen toonde het gehele optreden juist aan ‘dat educatie en met feiten om de oren slaan niet helpt als mensen heilig overtuigd zijn van het tegendeel.’

In elk geval waren twee dingen duidelijk. Ten eerste, dat we hier niet te maken hebben met de bekende en nog steeds bestaande kleine minderheid van religieus orthodoxen die inenten beschouwen als ingrijpen in Gods handelen. Ten tweede, dat we hier daarentegen te maken hebben met een fanatieke sekte, die zich niet richt op dogmatiek in eigen kring, maar op actieve beïnvloeding van de publieke opinie. Als vader van deze inmiddels wereldwijde sektarische beweging geldt de Britse arts Andrew Wakefield, die in 1998 in de Lancet een verband suggereerde tussen vaccinatie en autisme. Wakefield’s stelling bleek fake, het artikel werd ingetrokken en hij verloor zijn medische bevoegdheid wegens fraude. Twintig jaar later gonst het echter van de meest wilde speculaties over de onveiligheid van vaccins en zijn er talloze anti-vaxgroepen actief die zich beroepen op de suggestie van Wakefield en die op velerlei manieren ageren tegen inenten.

Dit anti-vaccin activisme is vooral zorgelijk in het licht van de daling van de vaccinatiegraad in Nederland. Terwijl er sprake lijkt van een stijging van de vaccinatiegraad in de reformatorische gezindten, is de indruk dat er juist een flinke stijging is van de anti-vaccin stemming onder degenen die niet religieus zijn geinspireerd, maar worden gedreven door wantrouwen tegen de medische wetenschappen. Uit de jaarverslagen van de RIVM blijkt dat de vaccinatiegraad in Nederland de laatste jaren aanzienlijk is gezakt onder de kritische grens van 95%, die door de Wereldgezondheidsorganisatie als veilig wordt aangehouden. Tegelijkertijd zijn er de laatste jaren in Europa vele duizenden ziektegevallen en vele tientallen sterfgevallen als gevolg van mazelen geteld. Daarom is van uiteenlopende kant gepleit voor verplichte vaccinatie met name tegen polio en mazelen. Zo pleitten de filosofen Marcel Verweij en Roland Pierik, beiden lid van de vaccinatiecommissie van de Gezondheidsraad daar al meermaals voor met een beroep op het schadebeginsel van John Stuart Mill: ouders die afzien van vaccinatie accepteren niet alleen nodeloze risico’s voor hun kind, maar ze ondermijnen ook de collectieve bescherming die cruciaal is voor kinderen die te jong zijn voor vaccinatie en zieken die slechts beperkt kunnen profiteren van hun eigen inentingen. Met een vaccinatieplicht verwachten zij dergelijke schade te voorkomen. Als eerste stap stap stellen zij voor om vaccinatie verplicht te stellen op kinderdagverblijven. D66 diende een wetsvoorstel in waardoor het voor kinderopvangcentra mogelijk moet worden om niet-gevaccineerde kinderen te weigeren. De Raad van State adviseerde positief over dit wetsvoorstel.

Begin mei dit jaar maakte kinderdagverblijf Berend Botje in Edam, dat 3.100 kinderen opvangt, bekend dat kinderen die niet zijn ingeënt tegen de bof, mazelen en rodehond vanaf 1 juli worden weggestuurd. Zij zijn niet meer welkom op de locaties waar kinderen jonger én ouder dan veertien maanden samen verblijven. Pas na veertien maanden kunnen baby’s een prik tegen BMR krijgen. Voor die tijd zijn zij daarom kwetsbaar voor besmetting door oudere niet-ingeënte kinderen. Vorige maand pleitte Marc Dullaert, voorzitter van kinderrechtenorganisatie KidsRights en oud-Kinderombudsman, voor verplichte vaccinatie tegen mazelen. Net als Verweij en Pierik benadrukte ethica Fleur Jongepier in Trouw dat je door niet te vaccineren niet alleen een keuze voor jouw kind maakt, maar ook voor veel andere kinderen en volwassenen. Haar collega Paul van Tongeren sloot zich daarbij aan, maar hij maakte en passant wel de gezien de aard van de vaccin-kritiek genante opmerking dat hij de wetenschap op dit punt genoeg vertrouwde om te zeggen: ik zou vaccineren, ‘maar ik realiseer me wel dat dit een overtuiging is.’

‘Steeds meer ouders kiezen ervoor hun kinderen niet te laten vaccineren’, schreef Trouw ter inleiding van deze gedachtenwisseling. Toch is het de vraag of dit de juiste interpretatie van de dalende vaccinatiegraad is. Kiezen ouders wel voor niet inenten? Zit het misschien heel anders en hoeven we de discussie over verplichte vaccinatie eigenlijk helemaal niet te voeren, omdat we met relatief geringe inspanningen de vereiste grens van 95% gevaccineerd weer kunnen bereiken? Dat is de stelling van Denise de Ridder, hoogleraar psychologie aan de Universiteit Utrecht, die veel onderzoek doet op het gebied van gezondheids- en consumentengedrag. Ongevaccineerde kinderen uitsluiten van de opvang noemt zij ‘een symboolmaatregel die weinig om het lijf heeft: Zelfs als alle kinderdagverblijven alle niet-gevaccineerde kinderen niet langer toelaten, blijft de kans groot dat ze andere kinderen besmetten in de speeltuin, de ballenbak, of bij de bakker op de hoek.’ Bovendien vragen voorstanders van vaccinatieplicht zich zelden af hoe dit in de praktijk gaat werken: ‘Moet het consultatiebureau langs de deuren om kinderen ter plekke een prik te geven als ouders zich niet melden op een afspraak?’

Haar belangrijkste en meest verrassende punt is echter dat in de discussie voorbij wordt gegaan ‘aan het harde feit dat van alle ouders die hun kind niet laten vaccineren maar een heel klein deel principieel weigeraar is – om religieuze redenen of omdat ze in de veronderstelling verkeren dat vaccinatie schadelijk is. Hoewel de laatste groep zich flink roert op sociale media, wordt geschat dat het om minder dan één procent van alle weigeraars gaat. De meeste ‘weigerouders’ zijn niet tegen vaccinatie maar twijfelen, zijn te lui, of vergeten gewoon de afspraak.’ Haar oplossing is dan ook niet de ‘weigerouders’ op kinderdagverblijven te weigeren, maar het ze juist gemakkelijk te maken door ze daar bijvoorbeeld de mogelijkheid te bieden om te vaccineren. Helaas vermeldt De Ridder geen bronnen, maar als haar bewering klopt dat maar een kleine minderheid bewust weigert, dan ligt de oplossing binnen handbereik.