Mee-ouder krijgt beperkt gezag

14 juli 2019

‘Historische doorbraak’, kopte RTL Nieuws op 11 juli na lezing van een concept-Kamerbrief van het kabinet over nieuwe regels betreffende het ouderschap. Volgens RTL werden zowel de regels betreffende draagmoederschap als ouderlijk gezag bij gezinnen met meer dan twee ouders ingrijpend veranderd.

Als we kijken naar wat het kabinet hierover een dag later naar buiten bracht, dan klopt dat wat betreft het draagmoederschap, maar daar was ook weinig discussie over. Commerciële motieven blijven verboden, maar het verbod voor vrouwen om zich openlijk als draagmoeder aan te bieden wordt opgeheven. Wat betreft meeroudergezag ligt het ingewikkelder. Terwijl RTL Nieuws meteen concludeerde dat ‘ouders straks maximaal vier ouders kunnen hebben’ en anderen deze conclusies klakkeloos overnamen, concludeerden andere media enkele dagen later dat het kabinet ‘mee-ouders’ geen wettelijk gezag geeft en dat kinderen slechts twee ouders kunnen hebben. Het COC verwierp de voornemens van het kabinet zelfs meteen als ‘onacceptabel’ en ‘dieptriest‘.

Hoe zit het nu? Krijgen degenen die als mee-ouders nauw betrokken zijn bij de verzorging en opvoeding van kinderen nu wel of geen rechten? De verwarring is deels te wijten aan onduidelijkheden in de formulering van het standpunt van de coalitie. Toch is onmiskenbaar sprake van belangrijke verbeteringen in de positie van mee-ouders. Ten eerste krijgen ze een blokkaderecht, wanneer de gezagsdragende ouders een ingrijpende wijziging van de zorgregeling van het kind voorstellen die direct raakt aan de positie van de mee-ouder. Ten tweede krijgen ze bij overlijden van de gezagsdragende ouders een voorkeurspositie voor het verkrijgen van de voogdij over het kind dat zij mee opvoeden en verzorgen. Dit zijn zonder meer betekenisvolle stappen.

De verwarring zit ‘m in de implicaties van de term ‘deelgezag’, waarmee het kabinet de ‘alledaagse’ juridische positie van de mee-ouder aanduidt. Het kabinet zegt daaronder de bevoegdheid te verstaan om ‘met de gezagsdragende ouders beslissingen te nemen over de dagelijkse verzorging.’ Maar feitelijk komt het neer op een recht op informatie en consultatie. Mee-ouders mogen mee naar ouderavonden en naar standaard doktersbezoek, ze hebben recht op informatie van de school en de arts van het kind, en de gezagsdragende ouders dienen hen te informeren en te consulteren over belangrijke kwesties zoals een ingrijpende medische behandeling. Maar de ouder met gezag ‘behoudt de  volledige bevoegdheden en verplichtingen die bij het uitoefenen van het gezag horen.’

Kortom, mee-ouders moeten worden geïnformeerd over de dagelijkse besognes betreffende het kind en geraadpleegd bij ingrijpende beslissingen, maar de beslissende stem blijft (vooralsnog) bij de ouders met gezag. Hiermee denkt het kabinet de mogelijkheden om naar de rechter te gaan bij ruzies over het gezag tot een minimum te beperken. Daarmee hoopt het een toename van juridische conflicten, waarvoor van verschillende kanten is gewaarschuwd gezien de potentiele schade daarvan voor het kind, te voorkomen.

Met ditzelfde doel heb ik de regeringscoalitie in november vorig jaar geadviseerd om mee- ouders deelgezag te geven, maar dan beperkt tot medebeslissingsrecht over kwesties als ingrijpende medische behandeling en schoolkeuze. De praktijk zal moeten uitwijzen of het kabinetsvoorstel niet leidt tot meer conflictsituaties. In elk geval is de kritiek van het COC dat het kabinet meeroudergezinnen ‘ongenadig in de kou laat staan’ onterecht. Het mee-ouderschap heeft met het blokkaderecht bij de zorgregeling, de voorkeurspositie bij overlijden van de gezagsdragende ouders en het deelgezag uitdrukkelijk erkenning gekregen.