Kiezen onder Corona

Meer gevangenisstraf dan taakstraf?

21 februari 2021

Corona domineert het publieke debat. Milieu, belastingen, pensioenen, immigratie, veiligheidsbeleid – alle onderwerpen worden overschaduwd door de discussie over het coronabeleid. Daarbij vallen twee dingen op. Ten eerste de continue stroom aan onbekookte, onaangename en zelfs ronduit bedriegelijke voorstellen voor alternatieve aanpakken. Ten tweede de vergaande politisering van de Corona-aanpak die daarmee gepaard gaat.

Zo presenteerde VNO-NCW eind vorig jaar een plan voor een ‘testsamenleving’, dat ons land een uitweg uit de coronacrisis voorspiegelde. Daarop kwam GroenLinks met een voorstel van een ‘tijdelijke testsamenleving’ waarbij ons een miljoen sneltesten per dag in het vooruitzicht werd gesteld. In dezelfde lijn pleitte Femke Halsema samen met Jet Bussemaker en een aantal vooraanstaande GroenLinksers ervoor om jongeren met voorrang massaal sneltesten te laten doen, zodat ze met een negatieve testuitslag weer overal naartoe zouden kunnen: ‘Wetenschappers, lokale overheden en de markt’ zouden er volgens hen klaar voor zijn. Ze adviseerden ook om jongeren voorrang te geven bij de vaccinatie. Nog afgezien van het onaangename signaal dat de burgemeester van Amsterdam met beide adviezen aan de oudere inwoners van haar stad gaf, is het op het z’n minst pijnlijk dat inmiddels duidelijk was dat massaal sneltesten allesbehalve een sinecure is en dat er nog heel veel haken en ogen aan dergelijke plannen zitten.

Half december lanceerden enkele economen van hun kant een voorstel voor een alternatieve, ‘risicogestuurde’ aanpak, waarbij opnieuw – nu met het oog op de economie – werd gepleit voor het snel toekennen van meer vrijheden aan jongeren. Inmiddels is dit onder de noemer ‘Herstel NL’ uitgegroeid tot een met veel bombarie en veel geld ondersteunde campagne voor een radicale versoepeling van de coronamaatregelen in maart. Initiator Koen Teulings maakte een vergelijking met de Hongkonggriep van 1968, die ongeveer net zoveel doden opleverde als corona nu. Dus ‘al die heisa’ was onnodig, concludeerde hij. Daarbij ‘vergat’ hij even dat ‘al die heisa’ er nou juist voor heeft gezorgd dat er niet veel meer mensen zijn overleden.

Corona domineert zowel het publieke als het politieke debat, zeker nu de verkiezingen naderbij komen. Daarom werd eind vorig jaar in Trouw gesteld dat de aankomende verkiezingen voor de Tweede Kamer vooral als ‘een referendum over de vraag hoe de politiek met corona om moet gaan’ moeten worden beschouwd. Politicologen wijzen er daarbij op dat de VVD al sinds maart vorig jaar eenzaam bovenaan staat in de peilingen en dat de waardering van Rutte hoog is. Zij duiden dat als een typisch rally found the flag’ effect. Anderen wijzen in dit verband vooral op de spanningen die dit voor de campagnestrategieën van de verschillende politieke partijen met zich mee brengt, zoals de flirt van Rob Jetten met de mogelijkheid van een Elfstedentocht, de wijze waarop Wopke Hoekstra zich opwierp als pleitbezorger voor de heropening van het basisonderwijs en de gênante vertoning in het parlementaire debat over een half uur later ingaan van de avondklok. Weer anderen signaleren vooral dat de coronacrisis zijn stempel drukt op de verkiezingsprogramma’s. Zij wijzen er op dat de eensgezindheid in jaren niet zo groot is geweest.

Al deze ontwikkelingen maken de politieke keuze er bepaald niet makkelijker op. Als je je niet wil laten afleiden door alle Corona-gekrakeel en vooral een keuze wil maken op grond van de inhoudelijke standpunten die de verschillende politieke partijen innemen over andere belangrijke maatschappelijke vraagstukken, dan bieden zich meerdere stemwijzers daarvoor als gids aan. Dat doen ze veelal met de uitdrukkelijke claim dat ze zich baseren op wetenschappelijke analyse. Toch is het de vraag of dergelijke gidsen, hoe goed en integer ook bedoeld, ons werkelijk op de goede weg helpen. Die vraag drong zich aan me op bij het onderwerp straf.

Zo legt Kieskompas de lezers de volgende stelling voor: ‘Rechters moeten vaker gevangenisstraffen opleggen in plaats van taakstraffen.’ Stemwijzer ProDemos hanteert een variatie op dezelfde stelling: ‘Er moeten minder mogelijkheden komen om taakstraffen op te leggen in plaats van gevangenisstraffen.’ Stemwijzers zijn natuurlijk geen wetenschappelijke verhandelingen. Maar de manier waarop deze vraag in beide kieswijzers wordt gepresenteerd leidt weliswaar tot een voorspelbare, keurige links/rechts-verdeling, maar draagt goed beschouwd helemaal niet bij aan een verantwoorde politieke keuze. Een echte gids in het politieke landschap zou eigenlijk per item op grond van expertise een beknopte achtergrond moeten presenteren om tot een zinvolle afweging van het wenselijke antwoord op de gestelde vraag te kunnen komen. En – minstens zo belangrijk – tot reflectie op de vraag of het hier wel echt om een politieke keuze gaat. Zo’n korte reflectie op de vraag ‘meer gevangenisstraf dan taakstraf?’ probeer ik in dit blog te bieden na de lange intro over de dominantie van Corona over het publieke en politieke debat.

In het Nederlandse strafrecht heeft de taakstraf, zeker nadat die in 2001 als zelfstandige hoofdstraf is geformaliseerd, een belangrijke plaats gekregen in het sanctiearsenaal. Van de talloze (inter)nationale studies waarin gevangenisstraffen en taakstraffen zijn vergeleken wijst de overgrote meerderheid in de richting van een positiever effect van de taakstraf wat betreft het voorkomen van recidive. Dat neemt niet weg dat op twee totaal verschillende punten een kritische kanttekening op z’n plaats is – enerzijds ‘naar beneden’, anderzijds ‘naar boven’. In sommige gevallen blijkt de taakstraf ‘naar beneden’ – bij lichte, eerste delicten – vooral in het kader van de Halt-aanpak wel zeer snel en standaard te worden ingezet. Hier lijkt de klassieke, serieuze reprimande door de politiefunctionaris in vol ornaat in het bijzijn van de ouders voldoende. De overgrote meerderheid van deze jongeren zien we immers nooit meer terug. Inmiddels zijn na initiatieven van politie en OM in Twente landelijke pilots met de politie-reprimande gestart waarin deze aanpak wordt bestudeerd.

Daarentegen wordt de taakstraf ‘naar boven’ – bij (jonge en jongvolwassen) volhardende veelplegers – soms te lang doorgezet. Dat geldt zowel voor de werkstraf als voor de leerstraf. Dan overheerst ten onrechte de gedachte dat een vrijheidsstraf altijd als ultimum remedium moet worden beschouwd, dat dit middel gezien de jeugdige leeftijd van de veelpleger nog niet aan de orde is en/of dat het altijd in verhouding moet staan tot de ernst van het delict (in plaats van tot de antisociale levenswijze). Onderzoek wijst echter uit dat een werkstraf bij echt volhardende (jonge) veelplegers niet leidt tot een succesvolle afronding van deze sanctie.  En met het opleggen van een leerstraf bij deze specifieke groep wordt de doorgaans ernstige en complexe problematiek van deze delinquenten onderschat. Wie meer wil lezen over deze materie, verwijs ik naar mijn boek Veelplegers aanpakken (p.191-196).

Nu spelen bij straffen meer motieven dan alleen de vraag naar de werkzaamheid van de sanctie. Maar hopelijk heeft dit blog duidelijk gemaakt dat we hier met een vraagstuk te maken hebben dat zich nauwelijks leent voor politisering. Het is zeker de moeite waard om met de betrokken professionals te discussiëren over de vraag of in sommige gevallen detentie niet beter op zijn plaats is dan een taakstraf. Maar als deze vraag als een politiek issue wordt voorgesteld in verkiezingsprogramma’s en als zodanig terugkeert in kieswijzers, dan worden we in feite het bos ingestuurd om onze politici daar lekker te laten dollen met irrelevante oneliners en heftige statements. En met deze conclusie zijn we toch weer terug bij de intro van dit blog – de politisering van de Corona-problematiek.