Jongeren en messen 3

19 augustus 2021

In een interview in de NRC doet de nieuwe hoofdcommissaris van Rotterdam, Fred Westerbeke, een aantal behartenswaardige uitspraken. Westerbeke werkte tot april vorig jaar als hoofdofficier van justitie bij het Landelijk Parket en hij kreeg landelijke bekendheid als leider van het internationale onderzoek naar het neerhalen van vlucht MH17 boven Oekraïne. Hij begon bijna veertig jaar geleden als politieman en nu hij terug is bij de politie ziet hij zich daar geconfronteerd met chronisch personeelstekort. Op 2.300 voltijds medewerkers heeft Rotterdam op dit moment 300 vacatures. Net als in het onderwijs en in de zorg gaat het hier niet om een natuurfenomeen dat ons zomaar overvalt, maar om de gevolgen van beleid dat de afgelopen jaren ondanks uitdrukkelijke waarschuwingen is ingezet. Westerbeke wijst erop dat dit personeelstekort is ontstaan, doordat het kabinet jaren geleden heeft besloten om te bezuinigen en geen mensen meer naar de politieopleiding te sturen: “Het aantal opleidingsplaatsen voor nieuwe agenten is drastisch ingekrompen. Meerdere korpsen kampen met een personeelstekort dat is versterkt door cao-afspraken over vroegpensioen voor oudere werknemers die daardoor eerder kunnen stoppen met werken.” Er worden ruim 600 nieuwe agenten voor het Rotterdamse korps opgeleid maar die kunnen voorlopig nog niet aan de slag. “We komen mensen tekort binnen de basisteams. Dat zijn de collega’s die zichtbaar surveilleren op straat, het gesprek aan moeten gaan met de burger en moeten ingrijpen waar dat nodig is. Als iemand het noodnummer 112 belt, worden zij erop afgestuurd. Om de roosters voor deze basisdienstverlening goed in te kunnen vullen, moeten wijkagenten regelmatig bijspringen terwijl dat niet de bedoeling is. Ook moeten we een beroep doen op collega’s in administratieve en bestuurlijke functies.”

Uiteraard komt het gesprek dan op de serie geweldsincidenten met messen en vuurwapens waardoor Rotterdam deze zomer is getroffen. Kan het korps dat onder deze moeilijke omstandigheden aan? Net als in ons recente artikel in het Nederlands Juristenblad maakt Westerbeke dan een scherp onderscheid tussen schietincidenten waarbij jongemannen betrokken zijn in het kader van de georganiseerde criminaliteit en die met elkaar lijken samen te hangen en een aantal steekpartijen onder jongeren die op zichzelf staan en helemaal geen relatie hebben met zware en georganiseerde criminaliteit: “Die hebben te maken met straatgeweld of uit de hand gelopen ruzies. Ernstig, maar echt anders dan geweld in het criminele milieu.”

Hij wijst erop dat voor de aanpak van het messenprobleem onder jongeren samenwerking met de gemeente, de school en de ouders cruciaal is. En net als zijn voorganger in Rotterdam, Frank Paauw die nu in de hoofdstad de scepter zwaait, wijst hij tegelijkertijd uitdrukkelijk op de noodzaak van een aanpak gericht op de lange termijn en op de sociale context, waar ook door onderzoekers steevast op wordt gehamerd: “Investeren in kwetsbare wijken waar jongeren gemakkelijk in aanraking komen met de verkeerde mensen. We doen dat onder andere met het Nationaal Programma Rotterdam Zuid waar over een periode van twintig jaar honderden miljoenen worden geïnvesteerd in verbetering van die wijk en de omstandigheden waaronder kwetsbare mensen leven. Betere huisvesting en goed onderwijs: je ziet nu al dat het daar werkt. Het aantal jongeren in Rotterdam-Zuid dat de school afmaakt neemt toe en hun Cito-scores worden structureel beter. De groep die doorstroomt naar het mbo en het hbo groeit. Dat vergroot kansen op het vinden van een goede baan en helpt op de lange termijn echt.”

Interessant is tenslotte dat door de Rotterdamse politie ook een nieuw instrument wordt ingezet. Jongeren die met de politie in aanraking zijn gekomen voor wapenbezit krijgen van de jeugdofficier een brief met daarin de mededeling dat ze door de politie mogen worden gecontroleerd op verboden wapenbezit als ze op straat lopen. Dat is inmiddels in een aantal zaken ook door jeugdrechters geaccepteerd.