Jongeren en schulden

6 september 2021

Nederland staat (opnieuw) op de eerste plaats wat betreft welzijn en welbevinden van de jeugd. En ons land behoort tot de rijkste landen ter wereld.  Toch zegt volgens een recente studie een op de drie Nederlandse achttienjarigen en ouder niet of nauwelijks rond te kunnen komen.  Voor degenen die verstandig met geld kunnen omgaan vormt een krappe beurs op zich een betrekkelijk probleem, vooral als ze goed zijn opgeleid of een goede opleiding volgen. Maar als jongeren moeite hebben met de luxe die sommige leeftijdgenoten zich lijken te kunnen permitteren en als ze hun financiële krapte als tekort in hun voorstelling van zelfstandigheid ervaren, dan kan dit tot uiteenlopende vormen van onverstandig en problematisch gedrag leiden. Dit geldt zeker niet alleen voor degenen met weinig schoolsucces, maar de problemen manifesteren zich daar wel het duidelijkst. Uit ouder onderzoek weten we dat jongeren naarmate ze ouder worden, vaker geld tekort komen. Zo’n 40% van de mbo’ers van 18 jaar en ouder heeft een schuld en een op de vier heeft betalingsachterstanden. En als ze op zichzelf gaan wonen neemt de schuldensituatie toe. Dat betreft zowel schulden bij een bank, een zorgverzekering en mobiele providers als schulden bij vrienden en familie.

Er blijkt een groot verschil tussen de schuldensituatie van thuiswonende en uitwonende jongeren. Jongeren die op zichzelf wonen hebben niet alleen vaker een schuld maar gemiddeld ook een (veel) hogere schuld. Daarbij moeten verschillende fenomenen worden onderscheiden. Ten eerste blijken veel jongeren zogeheten ‘aanpassingsschulden’ te maken, die te maken hebben met de overgang van 18- naar 18+. Vanaf 18 jaar zijn ze weliswaar in juridische zin volwassen, maar velen zijn niet goed voorbereid op het voeren van een financiële huishouding. Extra kwetsbaar zijn met name jongeren die met conflicten het ouderlijk huis verlaten. Dan verloopt de overgang van thuis wonen naar zelfstandigheid bijzonder abrupt en zonder begeleiding en dit gaat niet zelden gepaard met dakloosheid. In een dergelijke context, waarin kwetsbare jongeren er alleen voor staan, bestaat er niet alleen groot risico voor het ontstaan van schulden maar ook dat die zich zonder duidelijk uitzicht op verbetering snel opstapelen.

Behalve aanpassingsschulden doet een deel van de kwetsbare jongvolwassenen die net op eigen benen staan ook op dat moment onverantwoorde aankopen, zoals de aanschaf van een tv of gameconsole op afbetaling, of een duur tweejarig telefoonabonnement, aangeduid als ‘overbestedingsschulden’. Daarnaast geven sommigen te veel geld uit aan drank en drugs (m.n. cannabis), al dan niet ter compensatie van psychische problematiek of stress. Als het bijvoorbeeld gaat om het laten doorlopen van de studiefinanciering, terwijl zij daar geen recht op hebben, dan wordt gesproken van ‘overlevingsschulden’. En tenslotte komt het vaak voor dat jongeren onder druk van schuldeisers beloften doen die zij niet kunnen waarmaken. De betalingsverplichtingen worden dan groter dan de inkomsten, waardoor nieuwe schulden ontstaan en/of oude schulden oplopen door rente, boetes en invorderingskosten.

Een gevolg van schulden hebben is dat dit stress oplevert. Dat betekent niet alleen dat jongeren met schulden als ze een opleiding volgen, vaker afwezig zijn, moe zijn door veel werken en weinig aandacht aan hun studie besteden, maar ook dat ze de ‘schuldentoestand’ gaan vermijden, vooral als ze gebrekkige financiële vaardigheden hebben en de schulden ingewikkelder worden. De schuldensituatie groeit hen boven het hoofd. Al zouden ze het willen aanpakken, ze weten niet hoe en waar te beginnen. Onderzoekers wijzen erop dat jongeren angst hebben voor schulden en de confrontatie het liefst uit de weg gaan.

Hier stuiten we op een serieus probleem voor de hulpverlening bij problematische schulden bij jongvolwassenen. Bij een flink deel van de jongeren zijn de financiële vaardigheden onder de maat en een deel van de jongvolwassenen is duidelijk kwetsbaar voor financiële problemen. Maar ze ervaren dat zelf zelden of nooit zo. Ze vragen dan ook zelden of veel te laat hulp en ze blijven vaak ambivalent staan tegenover hulp bij hun financiële problemen. Ze willen dolgraag af van de stress, maar ze willen niet afhankelijk zijn (van hulp) en ze willen de inmiddels ontstane warboel met hun schulden het liefst negeren in plaats van daar echt in te duiken, omdat ze iedere stap in die richting als stressvol ervaren. Kortom een enorme uitdaging voor de professionals, waarbij het zaak is zo spoedig mogelijk een eerste concreet succesje te organiseren, een betalingsregeling treffen, stopzetten van een incassoprocedure etc.