Verplichte anti-conceptie

12 juni 2015

De discussie over dit onderwerp is weer opgelaaid. De aanleiding was de uitgebreide behandeling in januari van de Groningse rechtszaak over de gruwelijke, langdurige mishandeling en doodslag van de 20-jarige zwakbegaafde Daniëlla door haar stiefvader, terwijl haar moeder niets deed om dit te voorkomen. De stiefvader was eveneens zwakbegaafd en waarschijnlijk ernstig gestoord; de moeder had een IQ van 60.
Naar aanleiding van deze rechtszaak bepleitte Martin Sitalsing, oud politieman en sinds 2012 directeur van Jeugdbescherming Noord, in meerdere media dat mensen in sommige gevallen gedwongen zouden moeten kunnen worden om geen kinderen meer te krijgen. Hij noemde met name mensen met een verstandelijke beperking, psychiatrische patiënten en ernstig verslaafden.

Begrijpelijkerwijs kwam hierop meteen veel kritiek. De Leidse hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie, Robert Vermeiren, sprak van een horrorscenario. Volgens Vermeiren ging het om zo’n 10% van alle vrouwen, waarbij hij erop wees dat helemaal niet is te voorspellen wie onder deze grote groep wel of niet tot adequate opvoeding in staat zullen zijn. Bovendien stelde hij vast dat de meeste kindermishandeling door wilsbekwame ouders wordt veroorzaakt, in veel gevallen stiefvaders, en dat goede, realistische voorlichting de meeste lvb-ers doet afzien van een mogelijke kinderwens.

Maar eigenlijk is dit de verkeerde discussie. Het feit dat mensen kunnen worden ingedeeld in een bepaalde categorie kan helemaal geen grond vormen voor een kinderbeschermingsmaatregel, laat staan voor zo’n ingrijpende maatregel als verplichte anticonceptie. Dat wil echter niet zeggen dat een discussie over gedwongen anticonceptie daarmee getaboeiseerd moet worden. Er komen nu eenmaal gevallen voor waarbij elk redelijk mens tot de conclusie komt dat het volstrekt onwenselijk is als deze personen opnieuw kinderen op de wereld kunnen zetten, maar dat een wettelijke grond om preventief in te grijpen ontbreekt. Men spreekt in dat geval over ‘bewezen falend ouderschap’.

Een bekend voorbeeld is de drugsverslaafde moeder die bleef gebruiken tijdens zwangerschap. Een ander bekend voorbeeld is de ouder die is veroordeeld voor ernstige mishandeling van zijn kind. Kinderrechter Cees de Groot en hoogleraar familierecht, Paul Vlaardingerbroek, gaven onlangs het voorbeeld van een schizofrene prostituee, bij wie tot tweemaal toe kinderen uit huis waren geplaatst wegens verwaarlozing – zwangerschap was haar bron van inkomsten, de kinderen interesseerden haar niet en waren alleen een sta in de weg.

De Groot en Vlaardingerbroek bepleiten een wet die de rechter de gelegenheid biedt tijdelijk verplichte anticonceptie op te leggen, als een eerder kind is verwaarloosd of mishandeld. Daarvoor zou inmiddels met name gebruik kunnen worden gemaakt van een relatief eenvoudig in te brengen implantaat. Interessant is ook dat de Nederlandse Vereniging van Artsen voor Verstandelijk Gehandicapten al tien jaar geleden een aanbeveling in die richting heeft gedaan.

PvdA-kamerlid Marjo van Dijken heeft enige tijd gewerkt aan een concept Wetsvoorstel in dezelfde richting, maar nadat dat meteen categorisch werd afgewezen door toenmalig minister Rouvoet is het nooit tot een serieuze politieke en maatschappelijke discussie over een dergelijk voorstel gekomen. De tijd lijkt rijp om deze discussie nu wel te voeren.