Weg met die lastige Kinderombudsman!

Ombudsmannen zijn leuk zolang je d’r geen last van hebt. Het kabinet vond de zeer actieve Kinderombudsman Marc Dullaert maar lastig, dus moest ie weg. Aan Reinier van Zutphen, de brave opvolger van Alex Brenninkmeijer als nationale ombudsman, de schone taak om zijn collega de wacht aan te zeggen, als onderdeel van een volledige stroomlijning van het instituut Nationale Ombudsman. Je kon het zien aankomen; zo werkt politiek Den Haag tegenwoordig. Eerst de Transitiecommissie Jeugd voortijdig naar huis sturen, dan de belangrijkste overgebleven criticaster van gebreken bij de transitie van de jeugdhulp aan de kant zetten. Je hoeft het niet met elke uitspraak van hem eens te zijn om op ’n minst verrast te zijn over de brutale grofheid waarmee hij wordt gedumpt. ‘Nee, zegt de woordvoerder van Van Zutphen, het heeft niets met ongeschiktheid te maken. Maar we gaan nu op zoek naar een opvolger.’ Punt!

Een jaar geleden schreef ik een blog over de voortijdige opheffing van de commissie Geluk (Alpejagerslied van de decentralisatie, 5 januari 2015). Niet dat ik met alle uitspraken van de commissie gelukkig was, maar het was een puur inhoudelijke commissie, die de voorbereiding van de transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten consciëntieus en objectief op de voet volgde. In de loop van 2014 besloot het kabinet om deze commissie voor het jaar waarin de transitie echt zou plaatsvinden, en we dus werkelijk zouden merken wat de effecten waren, van haar taak te halen. ‘Anders waren er teveel commissies die toezagen op de transitie’. Je moet het maar uit je mond krijgen!

De commissie Geluk was te lastig geworden. Om de paar maanden verschenen kritische, steeds alarmerender rapporten: over te lage budgetten, te trage gemeenten, opnieuw dreigende wachtlijsten en omvallende instellingen als gevolg van de bezuinigingen en onzekerheden. Geluk voorzag voor 2015 dezelfde onzekerheid en hectiek als in 2014. En hij sprak de vrees uit dat we ‘de hele ambitie van de jeugdwet – de zorg beter regelen voor de meest kwetsbare gezinnen – pas in 2020 halen.’ Tot overmaat van ramp schreef de commissie dat ouders met zorgafhankelijke kinderen zich zorgen moesten maken of alles in het nieuwe jaar wel goed zou komen. Dus: opheffen die club, weg ermee! Dat kunnen we niet hebben, we gaan straks richting verkiezingen.

Razendsnel werd een alternatieve veilige club samengesteld, de commissie ‘Sociaal Domein’, met drie brave uitvoerders – Han Noten (PvdA), Marian Kaljouw (VVD) en Doekle Terpstra (CDA), allen beroepsbestuurders. En kijk wat aangenaam: geen woord meer over vernieuwing, noch over tekorten. Op 5 januari vorig jaar wist deze spreekbuis van het kabinet ons al te vertellen dat ‘de winkeltjes op orde’ zijn. En, zo vertrouwde Noten ons sans-gêne toe: ‘Ik moet als een goedheiligman door het land trekken en zeggen ‘het is goed zo’.’

Onlangs kwam de met dit statement volledig ongeloofwaardig geworden ‘toezichthouder’ opnieuw uitgebreid aan het woord (Volkskrant 2 januari 2016). Opnieuw nul zakelijke informatie, alleen zalvende bezweringen dat het allemaal uitstekend gaat; plus een enkele ondoordachte uitspraak, zoals dat verschillen tussen gemeenten op het punt van de zorg niet ongewild, maar echt zo bedoeld zijn: voorheen gold namelijk een ‘bureaucratisch gelijkheidsbeginsel’. Maar let op, de burgemeester van Dalfsen haalt wel even hard uit naar Dullaert: ‘Als de Kinderombudsman zegt dat er door de hervorming veel kinderen tussen wal en schip vallen, vraag ik me echt af waar hij dat vandaan haalt. Er is geen enkele aanwijzing dat er meer kinderen niet de juiste zorg krijgen nu de gemeenten de verantwoordelijkheid hebben.’