Gebruik nieuwe inzichten in aanpak jonge veelplegers

Vaak overheerst in berichten over jeugd die over de schreef gaat het beeld dat er sprake zou zijn van een voortdurende toename van jeugdcriminaliteit. Zo bestaat bij velen de gedachte dat steeds meer jongeren op steeds jongere leeftijd ernstige delicten zouden plegen. Soms wordt zelfs de indruk gewekt dat het om een nauwelijks te beheersen probleem zou gaan. Dit beeld is volkomen misplaatst. In feite is precies het omgekeerde het geval: sinds 2007 is de jeugdcriminaliteit juist spectaculair afgenomen. Het aantal zeer jonge daders is de afgelopen jaren allerminst toegenomen maar juist fors gedaald en het eerste geregistreerde delict is niet zwaarder geworden

Deze overall gunstige ontwikkeling betekent echter niet dat er geen specifieke problemen bestaan op dit gebied. Zo zien we weliswaar een duidelijke afname van het aantal overvallen, maar tegelijkertijd blijkt bij één op de vijf daarvan een minderjarige dader betrokken. Bovendien blijkt de kleine groep ernstige jonge daders, die zich onder meer schuldig maakt aan dergelijke ernstige feiten, geheel tegen de dominante positieve trend in de afgelopen jaren niet in omvang afgenomen, maar juist constant gebleven. En terwijl het aantal zeer actieve jongvolwassen veelplegers sinds het begin van deze eeuw ruimschoots is gehalveerd, wordt onder hen wel een toename van gewelddadige feiten geconstateerd.

Top X

Terwijl de jeugdcriminaliteit over het algemeen sterk is afgenomen, hebben we dus tegelijkertijd te maken met een zeer kleine groep jongeren en jongemannen die aanhoudend ernstig antisociaal gedrag vertoont. Die doen dit allang niet meer om de kick maar routineus als manier om snel inkomsten te verwerven. In reactie hierop zijn er de laatste jaren in navolging van Amsterdam, Rotterdam en Utrecht door het hele land – van Venlo tot Gouda, van Noord Limburg tot Hoorn en van Nijmegen tot Purmerend – zogeheten ‘Top X’-aanpakken ontwikkeld. Wat in die aanpak doorgaans echter ontbreekt zijn nieuwe criminologische inzichten in het proces van stoppen met een criminele routine, die een belangrijke rol kunnen spelen bij het versnellen van dit proces..

Wij hebben een kleine honderd van deze jonge criminele routiniers jarenlang gevolgd en we hebben 50 van hen uitvoerig geïnterviewd. Deze studie onderstreepte niet alleen het gegeven dat vrijwel alle jonge veelplegers uiterlijk rond hun dertigste zijn gestopt met hun antisociale gedrag. Ook werd duidelijk dat het proces van stoppen met hun criminele levenswijze voor de betrokken jongeren des te zwaarder is naarmate ze ouder worden. Het elementaire inzicht dat stoppen allerminst iets is wat ongemerkt verloopt, ‘zonder dat de jongere hier erg in heeft’, zoals vaak wordt aangenomen, is van groot belang voor de aanpak.

Stoppen is een worsteling

Stoppen met hun criminele routine betekent voor de betrokkenen vrijwel altijd een zware worsteling, waarbij voortdurend de voordelen van hun levenswijze worden afgewogen tegen de nadelen. Waar het in een kansrijke aanpak om draait is dat deze worsteling bij uitstek een kans biedt voor interventies.

De worsteling om los te komen van de criminele routine behoeft een aanpak die is afgestemd op de motivatie van de jongere. Cruciaal aan die aanpak, kortweg getypeerd als combinatie van zorg en repressie gericht op de mogelijkheden en behoeften van de persoon, is dat die inhaakt op de mate waarin de jongere steeds meer gaat twijfelen aan zijn levenswijze. Weliswaar ziet hij dan aanvankelijk meestal nog nauwelijks een ander perspectief. Maar hij begint tenminste te erkennen dat hij niet eindeloos op dit pad kan doorgaan. Daarop kan de aanpak inhaken.

Geleidelijk aan werd ons ook duidelijk dat stoppen met een op jonge leeftijd ontwikkelde criminele routine zich ook laat begrijpen als een (extreme en extreem late) vorm van volwassenwording. Dit correspondeert met twee ontwikkelingen die we in dit proces terugzien – toenemende impulsbeheersing en langzaam op gang komend empathisch vermogen. Dat wil zeggen empathie jegens de naasten, met name de ouders. Zo kwam uit ons onderzoek ook naar voren dat, pas als de jongere begint te twijfelen aan zijn levenswijze, tot hem begint door te dringen welke ellende hij zijn ouders al die tijd heeft bezorgd. Precies op dit gevoelige punt van langzaam toenemend empathisch vermogen ligt een belangrijk aanknopingspunt voor een succesvolle aanpak.