Deze blogs verschijnen ook op http://blog.pedagogiek.nu

Lichtzinnig pleidooi voor gedwongen anticonceptie doet zaak geen goed

 8 februari 2017

Prenatale kinderbescherming is ineens weer hot in kleine kring. Rond uiteenlopende kwesties is de afgelopen jaren met de nodige fanfare aandacht gevraagd voor bescherming van kinderen voordat ze geboren zijn. Terwijl het in alle gevallen om buitengewoon precaire kwesties gaat, waar het belang van het kind en de autonomie en lichamelijke integriteit van de vrouw op ingewikkelde wijze in het geding zijn en waar ethische, juridische, medisch technische en uitvoeringsproblemen op complexe wijze vervlochten zijn, buitelen allerlei kordate en weinig doordachte voorstellen over elkaar.

Zo pleitte de Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming voor een aparte wet om zwangere vrouwen die door hun verslaving aan alcohol of drugs of door ernstige ondervoeding of ander riskant gedrag de gezondheid van de baby schade berokkenen onder toezicht te kunnen stellen. Dat was merkwaardig omdat men in de huidige rechtspraktijk voldoende uit de voeten kan met artikel 1:255 BW. Op grond van dit artikel wordt jaarlijks in een kleine 300 gevallen ingegrepen met een ondertoezichtstelling tijdens de zwangerschap.

Zo pleitte oud-kinderrechter Cees de Groot vorig jaar voor de mogelijkheid van gedwongen keizersnee tegen de wil van de moeder. In Engeland zou de rechter zo’n ingreep mogelijk hebben gemaakt en De Groot stelde voor om in ons land een ‘vergelijkbare’, simpele procedure ‘van de grond te tillen’, in het belang van het kind. Goede argumenten ontbraken. Een en ander moest eenvoudigweg wat slimmer geregeld worden: artsen, die met een zwangere vrouw worden geconfronteerd die een keizersnee weigert terwijl hen dat noodzakelijk lijkt, zouden voortaan even de rechtbank moeten bellen. De oud-kinderrechter achte het niet nodig om in te gaan op praktisch medische problemen betreffende de uitvoering, noch op elementaire juridische vragen, noch op de ethische kant. De artsenfederatie KNMG en de landelijke vereniging van gynaecologen NVOG hebben zich hiertegen uitgesproken, met als hoofdargument dat daarmee de vertrouwensrelatie met de patiënt wordt geschaad en er kans bestaat dat de patiënt zich aan de verloskundige zorg zal onttrekken. Elders heb ik aangetoond dat de verwijzing naar Engeland volstrekt onterecht is. Precies omgekeerd aan de stellingname van De Groot vermeldt de Engelse rechter in het geval waar hij naar verwijst nadrukkelijk dat zijn beslissing niet werd gemotiveerd door het belang van de ongeboren vrucht, maar door het belang van de moeder.

In dezelfde lijn passen verschillende nogal wilde voorstellen tot gedwongen anticonceptie. Zo stelde Pieter van Vollenhoven, oud-voorzitter van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid, voor om gedwongen anticonceptie bij drugsverslaafden en psychiatrische patiënten mogelijk te maken. Martin Sitalsing, directeur Jeugdbescherming Noord, lanceerde via diverse kranten en omroepen een voorstel om drie categorieen te dwingen tot verplichte anticonceptie: mensen met een verstandelijke beperking, psychiatrische patienten en ernstig verslaafden. Hij deed dit naar aanleiding van de gruwelijke moord op de 20-jarige verstandelijk gehandicapte Daniëlla van Bergen uit Groningen. Terwijl de samenwerkende inspecties concludeerden dat de veiligheid van Daniëlla onvoldoende prioriteit had gehad, koos Sitalsing voor de vlucht naar voren, weg van de kritiek op de instanties.

Op dit voorstel kwam uiteraard veel kritiek. Ook kinderartsen, die op grond van hun soms gruwelijke ervaringen met mishandelde of verwaarloosde kinderen overtuigd zijn van het nut van gedwongen anticonceptie in specifieke, extreme gevallen, spraken zich uitdrukkelijk uit tegen een dergelijke dubieuze categoriale aanpak. Zorginstellingen voor mensen met een verstandelijke handicap wezen deze voorstellen af, omdat het niet strookt met de manier waarop zij hun cliënten begeleiden. Zij stemmen kinderwensen af met hun cliënt, proberen tot overeenstemming te komen en zien dat dat vrijwel altijd lukt.

De Groot heeft zich de afgelopen jaren, onder andere in deze krant, aangesloten bij de pleidooien van Van Vollenhoven en Sitalsing. In de NRC van 4 februari j.l. komt dezelfde oud-kinderrechter opnieuw uitgebreid aan het woord met eenzelfde voorstel, waarbij zonder enig argument voorbij wordt gegaan aan alle bezwaren die daartegen naar voren zijn gebracht. In zijn optiek komen mensen met een verstandelijke beperking, ‘gezinnen waar men niet aan gezinsplanning doet, terwijl men de opvoeding niet aan kan’ en ‘moeders in spe die zelf nog kind zijn’ in aanmerking voor gedwongen anticonceptie.

Dit betoog rammelt aan alle kanten. Nog afgezien van de huiveringwekkende vaagheid mist alleen al de veronderstelling dat we bij genoemde groepen voor de geboorte zouden kunnen zien welke situaties mis zullen lopen voldoende grond. Het is niet alleen onwenselijk maar ook simpelweg onmogelijk om voor de geboorte, zelfs voor de conceptie, correct in te schatten welke opvoeders later schade aan hun kind zullen berokkenen. Op basis waarvan zou een rechter dan zo’n oordeel moeten vellen? Ook wordt op pijnlijke wijze voorbij gegaan aan de vraag of van artsen wel mag worden verwacht dat zij onder dwang bij wilsbekwame vrouwen een implantaat inbrengen of vergelijkbare handeling verrichten. De manier waarop De Groot tussen neus en lippen stelt, dat ‘sommige gynaecologen natuurlijk zullen weigeren mee te werken aan een gedwongen ingreep’ is ronduit stuitend. Vanuit die hoek is er allang op gewezen dat artsen niet mogen meewerken aan dwangbehandeling van een wilsbekwame patiënt, zoals zij ook hongerstakers niet tegen hun wil mogen voeden. Zeker, er zijn landen waar dat gebeurt. Maar het is niet te hopen en gelukkig ook niet verwachten dat we in ons land op afzienbare termijn die kant op gaan.

De acties van De Groot doen de precaire kwesties waar hij aandacht voor vraagt meer schade dan goed. Er spelen hier wel degelijk problemen waar we goed over moeten nadenken en waarop wellicht nieuwe of aangescherpte antwoorden kunnen worden gevonden. Consciëntieuzer voorstellen als die van oud PvdA-Tweede Kamerlid Marjo van Dijken dreigen door de wilde suggesties van De Groot en anderen uit het zicht te verdwijnen. Van Dijken werkte in 2010 aan een wetsvoorstel waardoor ouders zouden kunnen worden gedwongen tot anticonceptie als een eerste kind uit huis was geplaatst. Ook dit voorstel was verre van bevredigend, alleen al omdat het het fundamentele probleem van de grondslag voor de medewerking van de arts niet oplost. Maar het uitgangspunt van het feitelijk schadelijk gebleken gedrag van (een van) de ouders valt in principe tenminste beter te verdedigen.

Dit stuk verscheen op 7 februari op de Opiniepagina van NRC-Handelsblad

 

Je kind aangeven is pijnlijk maar noodzakelijk

22 januari 2017

Je eigen kind bij de politie aangeven omdat het een ernstig delict heeft gepleegd valt ouders uiteraard zwaar. Maar verstandige opvoeders die sterk in hun schoenen staan, zullen uiteindelijk niet aarzelen om die stap te zetten. Op grond van ons onderzoek, waarin we een grote groep jonge delinquenten jarenlang hebben gevolgd, durf ik de stelling te verdedigen dat hoe eerder ouders naar de politie stappen als ze op de hoogte komen van criminele activiteiten van hun kind, hoe groter de kans dat hun kinderen daar snel mee stoppen. Aangifte doen tegen je kind omdat het ernstig over de schreef is gegaan is uiteindelijk in het belang van het kind. Continue reading

Het recht van kinderen op een normaal leven

12 januari 2017

Toen O.J. Simpson zijn ex vermoordde, lagen zijn kinderen van 5 en 8 een verdieping hoger te slapen. Het is maar een minor detail in het televisie-epos over Simpson O.J.: Made in America, maar wel een veelzeggend detail. De kinderen werden opgevangen door zijn schoonouders, die het voogdijschap over hun kleinkinderen kregen. Zodra Simpson vrijkwam, eiste hij dat zijn kinderen bij hem kwamen. En ook dit met succes. Het was evident dat de kinderen jarenlang getuige waren geweest van zijn brute geweld tegen hun moeder en dat hij nauwelijks naar de kinderen omkeek, maar de rechter oordeelde dat zij een ‘sterke, positieve en gezonde band hadden’ met hun vader. Intussen liep de civiele zaak tegen Simpson al, waarmee nog eens werd onderstreept dat de kinderen zich, zolang ze in de buurt van hun vader zouden verblijven, nooit zouden kunnen losmaken van de traumatische ontdekking van de gruwelijke moord op hun moeder, de zware en onweerlegbare verdenkingen tegen hun vader en alle gekmakende verdraaiingen daaromheen. Continue reading

rechter-300x171

 

RECHTSPRAAK: De vechtscheiding en de strategie van de voldongen feiten

9 januari 2016

Eén van de meest bekende fenomenen bij een vechtscheiding is het scheppen van voldongen feiten. En één van de meest voorkomende strategieën van de voldongen feiten is de verhuizing naar een andere gemeente, meestal om daar te gaan samenwonen met een nieuwe partner, uiteraard zonder overleg met de andere ouder, maar wel gevolgd door de eis dat de bestaande co-ouderschaps- of omgangsregeling wordt gehandhaafd of aangepast, al naar gelang de wens van de verhuisde ouder. Continue reading

Agressie in de kinderbescherming

1 januari 2017

Een cliënt met een doorgeladen pistool, een verwarde moeder die een gezinsvoogd in elkaar slaat en een boze ouder die de gezinsvoogd meedeelt dat hij weet waar hij sport. Vrijdag 30 december besteedde de NOS aandacht aan de agressie van ouders waarmee kinderbeschermers de laatste jaren nogal eens worden geconfronteerd (NOS).

Dit is allerminst een typisch Nederlands verschijnsel. Studies uit Engeland en Duitsland, maar ook uit Canada, de Verenigde Staten en Australië, en uit Israël, Finland en Zuid-Korea laten zien dat intimidatie, stalking, bedreiging en geweld jegens kinderbeschermers wijdverbreid voorkomen. Continue reading

Advies RSJ om te stoppen met adoptie mist grond

30 december 2016

Op 2 november publiceerde de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) een advies om te stoppen met de adoptie van kinderen uit het buitenland. Kinderen zouden alleen nog in het land van herkomst moeten worden opgevangen. Het kabinet had de RSJ gevraagd om een advies over een toekomstbestendig adoptiestelsel, maar de Raad vindt dat er te veel mis is met adoptie om ermee door te gaan.

Met dit onverwachte, radicale advies heeft de RSJ adoptiekinderen en -ouders, jong en oud, en iedereen die betrokken is bij adoptie overvallen en geshockeerd. Continue reading

Fascinerende pagina in nieuwe Rijksbegroting V&J

18 december 2016

Fascinerende lectuur! Op één pagina in de Rijksbegroting 2017 voor Veiligheid en Justitie staan twee voornemens die beide in zeer verschillende richting wijzen. Op pagina 53 wordt onder het kopje Beleidswijzigingen en onder de noemer van een doeltreffender aanpak van zeer jeugdige daders erkend dat het effect van straffen van (zeer) jeugdige daders in de wetenschap en binnen de rechtspraak ter discussie wordt gesteld. ‘Dit belast de justitiële jeugdketen, terwijl het effect op de veiligheid van de maatschappij en de positieve ontwikkeling van de jeugdige beperkt blijft. Minder belasting en meer effect moet worden bereikt door het jeugdstrafrecht vooral waar dat echt noodzakelijk is (als ultimum remedium) in te zetten en door de focus op preventie (door middel van o.a. onderwijs, zorg en bescherming) te versterken.’ [Rijksbegroting] Continue reading

Juridisch meerouderschap in het belang van het kind?

8 december 2016

Er is iets geks aan de hand met het voorstel van de Staatscommissie Herijking ouderschap. Haar voorstel om meerouderschap en meeroudergezag mogelijk te maken wordt gepresenteerd alsof dit alleen maar winnaars oplevert. Het zou vooral goed zijn voor het kind! Wie het voorstel goed bekijkt ziet echter ogenblikkelijk dat het omgekeerde het geval is. Het risico op gecompliceerde vechtscheidingen wordt erdoor vergroot en daarmee vormt het voorstel juist een bedreiging voor het belang van het kind. Continue reading

OTS om uitzetting te voorkomen?

3 december

Daan Beltman leverde via blog.pedagogiek.nu prikkelend commentaar op mijn blog over het kinderpardon van 12 november. Hij beschouwt de argumenten waarmee ik afstand neem van het voorstel om onderzoek naar het belang van het kind in het vreemdelingenrecht te laten uitvoeren door de Raad voor de Kinderbescherming als ‘te kort door de bocht’. Ik kom hier graag op terug om mijn visie nader te preciseren. Allereerst wil ik echter opmerken dat we het waarschijnlijk over veel aspecten betreffende dit onderwerp eens zijn. Om te beginnen over het feit dat bloggen over deze materie eigenlijk per definitie te kort, veel te kort door de bocht is. Maar dat maakt de uitdaging om toch te proberen in een paar woorden iets zinnigs over deze complexe materie te zeggen er niet minder op. Ik wil dat doen door uiterst beknopt in te gaan op twee zaken die beide eind 2013 speelden. Continue reading

Meer oog voor de minderjarige vluchteling

1 december 2016

De Nederlandse asielzoekerscentra zijn schadelijk voor kinderen, stelt orthopedagoog en jurist Carla van Os. Deze grootschalige, meestal geïsoleerde centra zouden moeten worden afgeschaft. Daarvoor in de plaats moeten kleinschalige welkomstcentra komen. En er moet toegankelijke gezinshulp voor de ouders komen. Deze aanbevelingen deed Van Os in de vijfde Mulock Houwer-lezing, precies een week geleden in Leiden. Continue reading