Justitie kan nog wel wat pedagogiek gebruiken (1)

12 juli 2020

Op het hoogtepunt van de eerste Corona-golf kon je voor het eerst sinds lange tijd in alle rust door het oude centrum van Amsterdam lopen. Sinds jaar en dag staat dit gebied zeker in het weekend savonds en snachts in het teken van luidruchtige vrijgezellenpartys en andere stadstrips van vooral Engelse jongemannen. Bezorgt de overlast door deze jonge Britten de Engelse jeugd hier een slechte naam, een deel van onze Nederlandse jeugd zorgt momenteel voor een vergelijkbaar negatief beeld in het buitenland. Maar dan gaat het niet om jongemannen, maar om jongeren van 16, 17 en 18 jaar, vooral uit ‘t Gooi en Amsterdam. Sinds een paar jaar bestaat er zoiets als de ‘Gooische Route’: op je 16e met een groep vrienden naar Knokke, het jaar daarop naar het Portugese Albufeira en een jaar later naar Chersonissos in Griekenland. In Knokke en Albufeira mag de jeugd vanaf zestien jaar alcohol drinken, maar vanwege de Corona-uitbraak gelden nieuwe regels met name wat betreft afstand houden en moeten kroegen eerder sluiten. Een groot deel van de aanwezige Nederlandse jeugd blijkt zich echter niet aan de Corona-maatregelen te houden, weigert naar huis te gaan en misdraagt zich. Voor de meeste ouders lijken de rellen van afgelopen week in beide plaatsen geen reden om hun zoon of dochter terug te halen. Zo zegt een zestienjarige uit Bussum: ‘Mijn moeder heeft de dag erna wel gebeld. “Ben je nog niet opgepakt? Oké mooi.

In dit soort situaties kan men in de verleiding komen om niet alleen de jongeren die zich misdragen te willen aanpakken, maar ook hun ouders. In België kan dat overigens. Dat is des te opvallender aangezien minderjarigen bij onze zuiderburen zelf zelden strafrechtelijk verantwoordelijk worden gesteld. Het Belgisch jeugdstrafrecht is nog steeds overwegend jeugdbeschermingsrecht. Maar bij ons kunnen ouders niet strafrechtelijk worden aangesproken op wangedrag van hun kind. Heeft minister Dekker wellicht dit soort situaties op het oog bij zijn recente aankondiging om ‘ouders meer dwingend te betrekken bij het voorkomen van crimineel gedrag van hun kind’? Nee, dat heeft hij zeker niet. Hij denkt niet aan welgestelde ouders die hun kinderen een jaarlijkse zuipvakantie in Vlaanderen, Portugal of Griekenland gunnen en er, als het daar uit de hand loopt, niet over piekeren hun kind terug te halen of tenminste op het hart te drukken meteen weg te gaan als dat wordt gevraagd. Integendeel, Sander Dekker lanceert zijn voorstel in het kader van een serie maatregelen die zich juist uitdrukkelijk richten op ‘kinderen, jongeren en jongvolwassenen in sociaal-economisch zwakkere wijken’ die aldaar ‘te gemakkelijk in de georganiseerde criminaliteit terecht komen.’

Dit is een van zijn voorstellen in reactie op een recent manifest van de burgemeesters van vijftien steden. Nadat zij eind vorig jaar met het kabinet overeen kwamen samen te gaan werken aan een integrale aanpak van de meest kwetsbare gebieden in ons land, richtten zij zich vorige maand met een manifest opnieuw tot de regering, omdat ze zagen dat de coronacrisis in deze kwetsbare buurten zorgt voor een enorme toename van de eerder door hen gesignaleerde sociale problematiek: toenemende onderwijsachterstanden, een extra schrijnend lerarentekort juist in deze wijken, oplopende werkloosheid, toename van schulden en armoede, spanningen in huis en op straat, huisvestingsproblemen voor kwetsbare groepen, jeugdoverlast en risico van toenemende criminaliteit bij jongeren met weinig perspectief. De burgemeesters waarschuwen voor een ‘verloren generatie’ en roepen het kabinet op ‘om samen alles op alles te zetten om dit te voorkomen en een breed sociaal offensief te ontwikkelen. (…) Concrete aandacht is nodig om jongeren een alternatief te bieden voor het hangen op straat en weer te kunnen nadenken over een (toekomst)perspectief.’

Dekker meent dat ouders in deze gebieden als onderdeel van dit brede sociale offensief ‘zo nodig met drang of dwang ondersteuning (moeten) krijgen en actief (moeten) meewerken om afglijden van hun kind te voorkomen.’ Hij denkt daarbij aan het Britse Youth Justice system dat voorziet in het opleggen van sancties aan ouders, variërend van boetes en schadevergoedingen tot zogeheten ‘binding over’-maatregelen, wat neerkomt op een sanctie voor de ouders als hun kind zich niet aan hem of haar opgelegde verplichtingen houdt. U leest het goed, als de jongere zich niet aan verplichtingen houdt die justitie hem heeft opgelegd, kunnen de ouders een sanctie krijgen.

Maar maatregelen van kinderbescherming kunnen nu natuurlijk al worden opgelegd als duidelijk is dat kinderen worden verwaarloosd. En wat zou de meerwaarde moeten zijn van boetes en schadevergoedingen voor de ouders als hun kind zich niet aan opgelegde maatregelen houdt? Wat schadevergoeding betreft kennen we in ons land juist een getrapt systeem van afnemende civiele aansprakelijkheid van ouders bij schade veroorzaakt door hun kind, als erkenning van de toenemende eigen verantwoordelijkheid van jongeren. Wat de strafrechtelijke reactie betreft speelt uiteraard de vraag in hoeverre het reeel is dat ouders verantwoordelijk worden gesteld voor wangedrag van hun kinderen. Zelfs als ouders er op staan dat hun zoon of dochter vertelt met wie ze gaan stappen, kunnen ze dat immers onmogelijk controleren, laat staan dat ze hun gedrag kunnen bepalen. Hetzelfde geldt voor de plekken waar ze heen gaan en afspreken. Precies omgekeerd aan de situatie van de Knokke-gangers weten deze ouders doorgaans niet waar en met wie hun kind de avond doorbrengt. Redelijkerwijs kunnen ze dan ook niet worden aangesproken op het gedrag dat hun kind daar vertoont, ook niet als ze van de kant van justitie een waarschuwing hebben gekregen. Niet voor niets ging de invoering van de binding over jegens ouders in het Verenigd Koninkrijk met zeer veel kritiek gepaard en bestaat er nog altijd veel kritiek onder andere van de kant van de rechters.

In feite is er in situaties waarbij aan aanpakken van de ouders wordt gedacht vrijwel altijd sprake van een kluwen van mogelijke achtergrondfactoren: moeilijkheden in het gedrag van het kind zelf, invloed van verkeerde vrienden, problemen op school, criminogene factoren in de omgeving. Het is zelden mogelijk het optreden of nalaten van de ouders als de causale factor aan te wijzen. Bovendien is er doorgaans eerder sprake van onmacht dan van onwil bij de ouders. Een bekend inzicht uit de gedragswetenschappen is dat de invloed van de ouders op hun kinderen over het algemeen minder is naarmate de problemen die hun kinderen veroorzaken groter zijn. Criminoloog Frank Weerman liet al jaren geleden zien dat met name de ernstiger delinquente adolescenten zich doorgaans bijzonder weinig aantrekken van hun ouders en zich onttrekken aan hun controle. Deze ouders zitten vaak al jaren met de handen in het haar en voelen zich vrijwel altijd machteloos wat betreft bijsturen van hun kind. Bekend is ook dat juist de gezinnen met de grootste problemen over het algemeen de minste hulp krijgen. Ze weten die niet te vinden, hebben vaak slechte ervaringen met hulp, denken dat ze toch niet geholpen kunnen worden en eventueel geschikte hulp bereikt hen niet.

Tenslotte is een fundamenteel probleem van het streven om de ouders aan te pakken dat het belang van het kind hierbij nauwelijks of geen rol speelt. Waar ouders onvoldoende grip hebben op het gedrag van hun kind, moet bijsturing en hulp in de opvoeding vooropstaan. Sanctioneren van de ouders brengt risico met zich mee van eerder toe- dan afnemende spanningen tussen ouders en kind. Groot Brittannië is hierbij een zeer slecht voorbeeld. De oproep van de burgemeesters tot een breed sociaal offensief vraagt veeleer om ruimhartige ondersteuning van ouders in dergelijke moeilijke omstandigheden met de inzet van erkende gezinsinterventies als Multi Systeem Therapie (MST) en Functionele Gezinstherapie (FFT).

 

De zweetvoetenman

23 juni 2020

‘Zeldzaam als een veldleeuwerik is het kind dat nog leest.’ Zo begint een recente column van Tommy Wieringa. Hij vervolgt zijn lamentatie met een tweede vogelmetafoor: ‘Geen haan die ernaar kraait dat nergens in de 37 OESO-landen jongeren zo’n pesthekel aan lezen hebben als in Nederland.’

In 2018 stonden Nederlandse leerlingen op de 26e plaats op de OESO ranglijst. In drie jaar elf plaatsen gezakt en nu onder het gemiddelde van de 37 welvarende OESO-landen. Deze score is lager dan ooit sinds de eerste onderzoeken begin deze eeuw. Misschien lijkt die achteruitgang maar betrekkelijk, aangezien meer landen op het gebied van lezen een dergelijke ontwikkeling laten zien. Maar die neergang is in ons land verreweg het sterkst. Nederland behoort bovendien tot de zeven landen, waar sinds begin deze eeuw de schoolprestaties in alle vakken voortdurend een dalende trend vertonen. Daar komt nog bij dat de ongelijkheid in het Nederlandse onderwijssysteem juist op het gebied van het lezen toeneemt. De negatieve ontwikkeling is namelijk het sterkst bij de groep zwakste lezers. Continue reading

Rechtspraak en corona

10 mei 2020

Vanaf 11 mei gaan de rechtbanken na twee maanden sluiting weer open, althans voor zaken op het gebied van het strafrecht en van het jeugd- en familierecht. Terecht wordt daaraan prioriteit gegeven, omdat bij deze zaken fysieke aanwezigheid onmisbaar is. De rechter moet de verdachte in een strafzaak kunnen zien en horen en direct kunnen ingaan op opmerkingen van de verdachte; de verdachte moet contact kunnen hebben met zijn advocaat; ouders die worden geconfronteerd met een kinderbeschermingsmaatregel moeten zich rechtstreeks tot de rechter kunnen richten en ter plekke kunnen reageren op de rapportage over hun gezinssituatie, om maar een paar essentiële dingen te noemen.

Er zijn de nodige twijfels over het radicale besluit om de deuren van de rechtbank op 16 maart, een week voor de aankondiging van de ‘intelligente lockdown’, volledig dicht te doen. Het lijkt te zijn gebleven bij de snelle veroordeling van enkele corona-spugers. De nieuwe korpschef van de Nationale Politie, Henk van Essen , noemt het besluit van de Raad voor de Rechtspraak om de rechtbanken te sluiten ‘te rigoureus’: ‘Ik vind het buitengewoon spijtig dat de rechtbanken meteen zijn dichtgegaan. De rechtsstaat staat bijna stil. Als ergens in de strafrechtelijke keten opeens de deur dichtgaat dan heeft dat grote, betreurenswaardige effecten.’ Hij wijst erop dat de politie de afgelopen maanden daarentegen in het algemeen gewoon heeft doorgewerkt.

Henk Naves, de nieuwe voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, sprak dat tegen. Allereerst wees hij erop dat de rechtbanken helemaal niet zijn ingericht op de eisen die volgen uit de richtlijnen van het RIVM. Van de televisie hebben veel mensen de indruk overgehouden dat zaken op de rechtbank in het algemeen in grote zalen plaatsvinden. De werkelijkheid is echter dat elke rechtbank slechts over één of enkele van dergelijke grote zalen beschikt en dat de meeste zaken zich in veel kleinere ruimtes afspelen. Bovendien zijn de meeste gangen en wachtruimtes niet corona-proof en daarbovenop is er nog het typische rechtbankprobleem van de beveiliging bij de ingang, waardoor ook op dat punt speciale maatregelen nodig zijn. Intussen is berekend dat voor de hele rechtspraak slechts een derde tot de helft van de ruimte kan worden aangepast aan de corona-eisen. Ter compensatie worden de openingstijden verruimd, van zeven uur ‘s ochtends tot half tien ‘s avonds, waardoor de grotere zalen langer kunnen worden benut. Folkert Jensma nam een kijkje hoe het toeging bij het kort geding van de stichting Stop5GNL tegen de staat – 25 aanwezigen op de gang, 25 cirkels van 3 m doorsnee. Hij constateerde dat daarmee het voorportaal van tenminste vier rechtzalen in beslag was genomen: ‘Je kon al zien waar het straks fout loopt.’

Naves gaf bovendien aan dat er de afgelopen weken ook door de rechters ‘achter de schermen’ hard was doorgewerkt om achterstanden weg te werken. Begin maart, vlak voor de corona-crisis, had OM-topman Gerrit van der Burg nog gewaarschuwd dat er meer dan 20.000 zaken stil lagen door een tekort aan strafrechters en aan zittingszalen. In een vertrouwelijk politierapport van half april werd zelfs gesproken van een achterstand van meer dan 40.000 zaken. Kort daarop ging Johan Bac, jarenlang hoofdofficier in Utrecht en tegenwoordig algemeen directeur Reclassering Nederland, uitdrukkelijk in op de enorme en almaar oplopende achterstand. Hij wees erop dat de achterstanden en lange doorlooptijden al lang bestaan en hardnekkig blijken: ‘Door de coronacrisis is het probleem niet veroorzaakt maar ‘slechts’ groter en zichtbaarder geworden. De strafrechtketen piept en kraakt al jaren en dat weten insiders als geen ander.’

Bac, die ruim 20 jaar geleden aan de VU promoveerde bij de bekende kinderrechter en hoogleraar Jeugdrecht Jaap Doek op een proefschrift over de positie van de kinderrechter, meent dat er behoefte is aan een ‘intelligente, innovatieve doorstart na de coronacrisis.’ Een van zijn voorstellen betreft het stevig doorzetten van de vormen van digitale rechtspraak waarmee de afgelopen weken noodgedwongen is geëxperimenteerd. Hij zegt er wel nadrukkelijk bij dat dit middel niet geschikt is voor alle zaken, maar bijvoorbeeld wel voor eenvoudige strafzaken die overzichtelijk zijn qua bewijs. Voorlopig lijkt er op het vlak van digitale rechtspraak echter nog allerminst sprake van een aanvaardbare situatie. Jensma woonde onlangs zo’n sessie bij en concludeerde dat deelnemen aan je eigen proces hiermee veranderd lijkt in een privilege in plaats van een recht. Een van de voorwaarden om dit aanvaardbaar te kunnen realiseren zou zijn dat bij alle penitentiaire inrichtingen snel vele nieuwe verhoorstudio’s worden gecreëerd. Maar dat ziet geen van de betrokkenen snel gebeuren. Dat kost geld.

Het lijkt erop dat we hier stuiten op een fundamenteel onderliggend probleem, dat zoals Bac zegt, alleen maar zichtbaarder wordt met de coronacrisis. Dat is het probleem van de bezuinigingen van de afgelopen jaren in deze sector, die de rechtspraak net als de zorg, het onderwijs en de politie hebben getroffen. Het is het probleem van de algemene zuinigheid die inmiddels in deze maatschappelijke sectoren ondanks onze welvaart en overschotten op de overheidsbegroting als  vanzelfsprekend wordt beschouwd. In Nederland worden de rechtbanken per zaak betaald – stukloon, tegenwoordig aangeduid als ‘outputfinanciering’- 636 euro per zaak. ‘Dezelfde benauwde rekenaarsmentaliteit die ook het onderwijs teistert en de gezondheidszorg, heeft zijn klauwen gezet in de derde macht’, schreef Toine Heijmans een jaar geleden in de Volkskrant. Visitatierapporten laten zien dat de rechtspraak al jaren kampt met tekorten aan strafrechters en aan zittingszalen. De sociale advocatuur is volledig gemarginaliseerd. Gevreesd moet dan ook worden dat het digitaal afhandelen van rechtszaken, geboren uit nood, een volgende stap  wordt in deze ontwikkeling. En dat een dergelijke aanpak zich ook zal gaan uitstrekken tot ingrijpende en minder eenvoudige strafzaken en zelfs tot zaken op het gebied van kinderbescherming en scheiding en omgang, die stuk voor stuk diep ingrijpen in het privéleven.

Wat dat laatste betreft lijkt het verhaal van de bekende familierechtadvocaat Reinier Feiner een teken aan de wand. Hij zette een paar recente uitspraken op een rij en ontdekte dat ouders in jeugdzorgzaken de laatste tijd nauwelijks of slechts gebrekkig worden gehoord. En dat desondanks alle uithuisplaatsingen worden toegewezen. Hij staat onder meer een gezin bij waarvan de baby sinds zeven maanden op discutabele grond uit huis is geplaatst, terwijl nu verlenging dreigt. Net voor de deadline hoort hij dat de ouders niet voor de zitting worden uitgenodigd, maar dat de zaak telefonisch wordt afgedaan op 13 mei.

Onze buren vangen vluchtelingenkinderen op

31 maart 2020

Het is bitter om te zien hoe de dragende gedachten achter de Europese Unie – samenwerking en solidariteit – op dit moment verder weg lijken dan ooit. Het is extra bitter en gênant om te zien hoe ons land bijdraagt aan de ondermijning van het laatste restje van deze gedachten. Onze regering dringt aan op compensatie voor de Nederlandse siertelers. Onze premier verlangt op hoge toon dat andere landen ons voorzien van mondkapjes ter bescherming tegen het coronavirus. Het ging hier volgens hem om ‘een Europees probleem’ en de weigering van andere landen om Nederland mondkapjes te leveren noemde hij ‘schandalig en onacceptabel’. Intussen wijst de rest van Europa echter op de botte opstelling van Nederland wat betreft de vraag om Europese noodhulp voor die zwakke landen die nu volledig dreigen in te storten. Onze minister van financiën beargumenteerde deze ‘Nederland Eerst’-opstelling zelfs door de vraag op te werpen waarom deze zwakke landen anders dan Nederland weinig buffers hadden aangelegd voor slechte tijden. Continue reading

Jonge veelplegers: een 5 stappen aanpak

26 maart 2020

Een kleine groep jonge criminelen pleegt voortdurend delicten. Er bestaan veel misverstanden over het verloop van hun criminele routine en over de geëigende aanpak van deze jongeren. Op grond van langdurig onderzoek van een grote groep jonge veelplegers (I.Weijers Veelplegers aanpakken, 2019) heb ik een aanpak in 5 stappen ontwikkeld.

Continue reading

Jongeren en messen 2

9 maart 2020

Wat is er aan de hand? Op 23 februari steekt een 18-jarige in Alphen aan de Rijn een jongen van 16 dood en worden nog eens drie mensen gewond. De volgende ochtend houdt de politie in Rotterdam twee 16-jarigen aan op verdenking van betrokkenheid bij een steekincident bij metrostation Graskruid, waarbij twee jongens van 18 en 17 ernstig gewond raken. Dezelfde middag raakt iemand in Santpoort in Noord-Holland zwaargewond als gevolg van een steekpartij op een school voor praktijkgericht onderwijs. Enkele dagen later meldt de politie dat in Hulst, Zeeuws-Vlaanderen, een baldadige jongen die door een buschauffeur was gesommeerd de bus te verlaten, de chauffeur met een mes heeft aangevallen. Een dag later houdt de politie in Hoofddorp een 19-jarige aan die tijdens een huisfeestje drie mensen heeft neergestoken. Op 4 maart wordt een minderjarige in Diemen door twee jongens aangevallen met een machete. Een dag later wordt in Rotterdam op metrostation Alexander een man ernstig door messteken gewond na een ruzie met twee jongens van 17 jaar. Continue reading

Een les uit de zaak Gökmen T: bescherm het slachtoffer

8 maart 2020

In 2002 maakte ik een studiereis door Australië en Nieuw-Zeeland gecombineerd met een aantal presentaties van het boek Punishing Juveniles van Antony Duff en mij aan verschillende universiteiten. Doel van mijn studiereis was de bestudering van de praktijk van herstelrecht zoals die daar inmiddels was ontwikkeld. Internationaal was er in de jaren daarvoor veel enthousiasme ontstaan voor vormen van restorative justice en ook in Nederland en België ontstond hiervoor interesse, vooral als het om jonge daders zou gaan. Daarbij werd steevast verwezen naar positieve ervaringen down under. Dat in die landen vooral werd gedacht aan jonge daders bleek meteen al uit de naam die daar gebruikelijk was, namelijk Youth Conference of Family Group Conference (FGC). Ik was benieuwd hoe deze veelgeprezen aanpak er in de praktijk uit zag en heb daar maandenlang herstelgesprekken in alle mogelijke settings mogen observeren. Continue reading

De zittingen bij de kinderrechter kunnen nog best wat kindvriendelijker

6 maart 2020

De rechter vraagt aan de 17-jarige verdachte of ze het vonnis begrijpt, waarop het meisje vertwijfeld uitroept: ‘Ik begrijp er helemaal niks van, het zijn van die moeilijke woorden allemaal!’

Dat schreef ik precies 20 jaar geleden in mijn boek Schuld en schaamte: een pedagogisch perspectief op het jeugdstrafrecht. Voor dat boek had ik onder andere op diverse plaatsen een serie voorgeleidingen en zittingen bij de kinderrechter bijgewoond. Ik constateerde dat onze kinderrechters en jeugdofficieren erg hun best deden, maar dat er nog veel te verbeteren viel op het elementaire punt van taalgebruik en in bredere zin van de algehele communicatie tijdens de zitting en daarmee het pedagogisch doordacht betrekken van kinderen en hun ouders bij de zitting. Continue reading

Jongeren en messen

23 februari 2020

Wat zou u doen als zou blijken dat leerlingen op de school van uw kind rondlopen met messen? Hoe zou u reageren als uw dochter van 15 zou vertellen dat haar vriendje vaak een groot klapmes op zak heeft? En zou u uw schouders ophalen als uw zoon u vertelt dat hij tegenwoordig vanwege bedreigingen een mes op zak draagt? En als hij u voorhoudt dat het uitgeklapt echt niet langer is dan 25 cm … en dus mag van minister Grapperhaus? Continue reading

Vom Kinde aus: lekker leren lezen

9 februari 2020

De laatste jaren neemt de laaggeletterdheid in Nederland schrikbarende vormen aan. Een op de vier middelbare scholieren heeft moeite met lezen en schrijven. Recent blijken de leesprestaties van 15-jarigen opnieuw afgenomen. Volgens de nieuwste PISA-studie is de leesvaardigheid van deze leeftijdsgroep nergens zo hard achteruit gegaan als in ons land. En parallel daarmee blijkt het plezier in lezen rond de veertien/ vijftien jaar nergens zo laag als hier: bijna de helft van deze leeftijdsgroep vindt lezen saai en niet leuk. Continue reading