Justitie kan nog wel wat pedagogiek gebruiken (3) 

Het Britse Youth Justice system als voorbeeld?

7 september 2020

Eerder schreef ik twee blogs naar aanleiding van de recente aankondiging van minister Dekker om ouders ‘meer dwingend te betrekken bij het voorkomen van crimineel gedrag van hun kind’. Minister Dekker reageerde daarmee zowel op verontrustende steekincidenten onder jongeren alsook op de zorgen in bredere zin van de burgemeesters van 15 steden betreffende de toekomst van de jeugd in hun ‘kwetsbare buurten’. Dekker meent dat ouders, als hun kinderen risicovol gedrag vertonen, ‘zo nodig met drang of dwang ondersteuning (moeten) krijgen.’ De minister suggereert dat zijn voorstel zou steunen op de uitkomsten van een omvangrijke metastudie van Machteld Hoeve en een vijftal andere pedagogen. Maar zijn stelling dat deze ouders met drang of dwang ondersteuning zouden moeten krijgen volgt helemaal niet uit hun onderzoek.

Hoeve c.s. wijzen er niet alleen op dat als het bijvoorbeeld gaat om op de hoogte blijven van waar en met wie een kind uithangt, kind en ouder beiden actieve actoren zijn en dat de causale relatie tussen opvoeding en criminaliteit net zo goed in omgekeerde richting kan worden beschouwd. Bekend is immers dat de meeste ouders hun gedrag en benadering van hun kind wijzigen als ze merken dat hun kind ernstig over de schreef is gegaan en dat bovendien de invloed van de ouders op hun kinderen over het algemeen minder is naarmate de problemen die hun kinderen veroorzaken groter zijn.

Met de studie van Hoeve c.s. dreigt zodoende hetzelfde te gebeuren als wat Graham en Bowling vijfentwintig jaar geleden overkwam naar aanleiding van hun rapport Young People and Crime (1995). Ook hun onderzoek liet zien dat zwakke opvoeding en gebrek aan ouderlijk toezicht vaak een rol spelen bij het ontstaan van jeugdcriminaliteit, maar zij wezen er ook uitdrukkelijk op dat gezins- en schoolfactoren die het ontstaan van criminaliteit kunnen verklaren lang niet altijd ook het stoppen daarmee verklaren. En ook zij wezen erop dat de invloed van ouders over het algemeen afneemt als jongeren (bij herhaling) delicten plegen. Desalniettemin werd in de elkaar in rap tempo opvolgende publicaties van de Engelse regering in de tweede helft van de jaren negentig, waarin werd aangestuurd op een punitieve aanpak van de ouders, gedaan alsof deze studie daarvoor onderbouwing leverde.

Minister Dekker zegt te willen verkennen wat de ervaringen met deze maatregelen zijn en of deze ‘kunnen bijdragen aan het meer effectief maken van de Nederlandse aanpak.’ De draai naar een punitieve benadering van ouders in het Verenigd Koninkrijk was echter niet gemotiveerd door mogelijke effectiviteit maar door ideologische motieven. Die werden indertijd ook zonder reserve en expliciet geformuleerd door verantwoordelijk minister Patten in het kabinet van Margaret Thatcher: these are families which have failed not through misfortune or misjudgement, but through wilful neglect by parents of their responsibilities’. Deze oudervijandige redenering is door New Labour sterk doorgezet. En net als bij de toepassing van drang in Nederland was bij de toepassing van parenting orders sprake van willekeur en selectiviteit: niet alleen ouders waarvan men de indruk had dat ze hun best deden om het gedrag van hun kind te controleren werden daarbij ontzien, maar ook ouders waarvan men de indruk had dat die zich er toch niets van zouden aantrekken. Degenen die als geschikt voor een dergelijke order werden beoordeeld waren ouders die ‘bereid leken om hulp te accepteren’ en die ‘genoeg goede wil vertoonden’ om enig positief effect van zo’n maatregel te verwachten.

Critici constateerden dat Tony Blairs oorlogsverklaring aan de criminaliteit – ‘to be tough on crime, tough on the causes of crime’ – resulteerde in een oorlogsverklaring aan onmachtige ouders. Er is gewaarschuwd voor het gevaar van stigmatisering van deze ouders, wat ervoor zorgt dat de stress van ouders niet vermindert maar juist verergert. Opmerkelijk is dat, terwijl er heel veel onderzoek is gedaan naar gezinsinterventies in vrijwillig kader, de effectiviteit van dergelijke punitieve benaderingen van ouders nauwelijks is onderzocht. Laat staan dat de effecten systematisch over meerdere jaren zijn gevolgd en vergeleken met bijvoorbeeld intensieve vrijwillige hulpverlening en met achterwege laten van bemoeienis met het gezin. In de paar bescheiden effectstudies wordt geconcludeerd dat er nauwelijks bewijs is dat parenting orders werkelijk leiden tot een vermindering van recidive. Juist in die gevallen waar het meest dringend hulp nodig was, was de uitkomst het slechtst en bleken de kinderen gewoon door te gaan met het plegen van delicten: The parents attend yet the kids still offend’. 

Met zijn voorstel om de ouders aan te pakken ontkent Dekker in feite de urgentie van een stevig sociaal offensief. Misschien dat een enkele burgemeester ten einde raad in sommige gevallen wel verlangt naar een middel om ouders tot bijsturing van hun kind te kunnen dwingen, maar uitzicht op werkelijke verbetering biedt dat allerminst. Het zal de stress, frustratie en het gevoel van oneerlijke behandeling onder de betrokken, vaak alleenstaande ouders – lees meestal moeders en etnische minderheden – eerder vergroten, de maatschappelijke tweedeling versterken en de problematiek van de kwetsbare gebieden allerminst verminderen. Terecht merken de burgemeesters op dat hun oproep niet vraagt om een punitieve aanpak van de jeugd in hun kwetsbare buurten. Hun oproep tot een breed sociaal offensief verdraagt zich evenmin met een punitieve aanpak van de ouders waarvan de kinderen voor overlast en delicten zorgen. Wat allereerst nodig is, is ruimhartige ondersteuning van jongeren en ouders, met inzet van extra mentoren op school, herstel en versterking van het werk van de wijkagent, van het buurt- en jongerenwerk en van de jeugdzorg en waar nodig en mogelijk met inzet van erkende gezinsinterventies.

Justitie kan nog wel wat pedagogiek gebruiken (2)

Is minister Dekker doof voor alle kritiek op het gebruik van drang?

15 augustus 2020

Vorige maand schreef ik een blog naar aanleiding van de recente aankondiging van minister Dekker om ‘ouders meer dwingend te betrekken bij het voorkomen van crimineel gedrag van hun kind’. Die aankondiging was bedoeld als antwoord op zorgen van de burgemeesters van 15 steden betreffende de toekomst van de jeugd in hun ‘kwetsbare buurten’. Dekker meent dat ouders in deze kwetsbare gebieden ‘zo nodig met drang of dwang ondersteuning (moeten) krijgen en actief (moeten) meewerken om afglijden van hun kind te voorkomen.’ In dit blog ga ik nader in op de bezwaren rond het gebruik van de notie ‘drang’. In een derde blog zal ik nader ingaan op de gedachte van de minister dat we bij de zorgen om de toekomst van de jeugd in onze kwetsbare buurten inspiratie zouden kunnen ontlenen aan het Britse jeugdstrafrechtsysteem. Continue reading

Slechte ouders

6 augustus 2020

Slechte ouders, bestaan die? Sommige radicale pedagogen menen van niet. Zij gaan ervan uit dat elke ouder het beste voor heeft met zijn kind. Dat is een goed uitgangspunt in doorsneesituaties, waarin men werkt met een ouder die zit met vragen over zijn kind of het gevoel heeft op een bepaald punt vast te lopen of niet tot bijsturen in staat te zijn, terwijl dat wel nodig lijkt of wordt verlangd. Het geloof dat de ouder het beste voor heeft met zijn kind kan helpen om een positieve hulpverleningsrelatie of ‘werkalliantie’ op te bouwen, doordat de ouder vertrouwen en een gevoel van gelijkwaardigheid wordt gegeven. Sommige pedagogen gaan zelfs zover dat ze vinden dat ze in het contact met ouders ervoor moeten kiezen om niet het kind maar de ouder centraal te stellen. In werkelijkheid lijkt het verstandig om het werken vanuit zo’n keuzepositie te vermijden en zeker niet onvoorwaardelijk voor een van beide invalshoeken te kiezen, maar steeds de balans tussen helder perspectief op het kind en werkbaar perspectief op de ouder te zoeken. Pedagogen dienen zich in elk geval steeds te realiseren dat blind vertrouwen in de ouders in sommige situaties zonder meer naïef is en schadelijk kan uitpakken voor het kind. Want helaas, slechte ouders bestaan. Continue reading

Financieel toezicht voor jonge veelplegers

Jonge veelplegers worden wel aangeduid als ‘blingbling’-veelplegers. Dit ter onderscheiding van de traditionele, veelal verslaafde en vaak dakloze oudere draaideur-crimineel die vooral steelt om in zijn verslavingsbehoefte te kunnen voorzien. Op grond van jarenlang onderzoek naar een grote groep jonge veelplegers heb ik zes jaar geleden voorgesteld te zoeken naar mogelijkheden om deze jongeren precies aan te pakken op dit typerende en voor hen meest gevoelige punt – hun blingbling.

Doel was daarmee de motivatie om te stoppen met crimineel gedrag bij deze jongeren te versterken door ze voortdurend verantwoording te laten afleggen over hun financiële situatie en bezittingen af te nemen waarvan zij de legale afkomst niet konden aantonen. Op verzoek van de Tweede Kamer vroeg de minister van Veiligheid & Justitie hierover advies bij de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ). De RSJ concludeerde in 2015 dat dit voorstel waard was om nader te onderzoeken en op kleine schaal uit te proberen. Continue reading

Justitie kan nog wel wat pedagogiek gebruiken (1)

12 juli 2020

Op het hoogtepunt van de eerste Corona-golf kon je voor het eerst sinds lange tijd in alle rust door het oude centrum van Amsterdam lopen. Sinds jaar en dag staat dit gebied zeker in het weekend savonds en snachts in het teken van luidruchtige vrijgezellenpartys en andere stadstrips van vooral Engelse jongemannen. Bezorgt de overlast door deze jonge Britten de Engelse jeugd hier een slechte naam, een deel van onze Nederlandse jeugd zorgt momenteel voor een vergelijkbaar negatief beeld in het buitenland. Maar dan gaat het niet om jongemannen, maar om jongeren van 16, 17 en 18 jaar, vooral uit ‘t Gooi en Amsterdam. Sinds een paar jaar bestaat er zoiets als de ‘Gooische Route’: op je 16e met een groep vrienden naar Knokke, het jaar daarop naar het Portugese Albufeira en een jaar later naar Chersonissos in Griekenland. Continue reading

De zweetvoetenman

23 juni 2020

‘Zeldzaam als een veldleeuwerik is het kind dat nog leest.’ Zo begint een recente column van Tommy Wieringa. Hij vervolgt zijn lamentatie met een tweede vogelmetafoor: ‘Geen haan die ernaar kraait dat nergens in de 37 OESO-landen jongeren zo’n pesthekel aan lezen hebben als in Nederland.’

In 2018 stonden Nederlandse leerlingen op de 26e plaats op de OESO ranglijst. In drie jaar elf plaatsen gezakt en nu onder het gemiddelde van de 37 welvarende OESO-landen. Deze score is lager dan ooit sinds de eerste onderzoeken begin deze eeuw. Misschien lijkt die achteruitgang maar betrekkelijk, aangezien meer landen op het gebied van lezen een dergelijke ontwikkeling laten zien. Maar die neergang is in ons land verreweg het sterkst. Nederland behoort bovendien tot de zeven landen, waar sinds begin deze eeuw de schoolprestaties in alle vakken voortdurend een dalende trend vertonen. Daar komt nog bij dat de ongelijkheid in het Nederlandse onderwijssysteem juist op het gebied van het lezen toeneemt. De negatieve ontwikkeling is namelijk het sterkst bij de groep zwakste lezers. Continue reading

Rechtspraak en corona

10 mei 2020

Vanaf 11 mei gaan de rechtbanken na twee maanden sluiting weer open, althans voor zaken op het gebied van het strafrecht en van het jeugd- en familierecht. Terecht wordt daaraan prioriteit gegeven, omdat bij deze zaken fysieke aanwezigheid onmisbaar is. De rechter moet de verdachte in een strafzaak kunnen zien en horen en direct kunnen ingaan op opmerkingen van de verdachte; de verdachte moet contact kunnen hebben met zijn advocaat; ouders die worden geconfronteerd met een kinderbeschermingsmaatregel moeten zich rechtstreeks tot de rechter kunnen richten en ter plekke kunnen reageren op de rapportage over hun gezinssituatie, om maar een paar essentiële dingen te noemen. Continue reading

Onze buren vangen vluchtelingenkinderen op

31 maart 2020

Het is bitter om te zien hoe de dragende gedachten achter de Europese Unie – samenwerking en solidariteit – op dit moment verder weg lijken dan ooit. Het is extra bitter en gênant om te zien hoe ons land bijdraagt aan de ondermijning van het laatste restje van deze gedachten. Onze regering dringt aan op compensatie voor de Nederlandse siertelers. Onze premier verlangt op hoge toon dat andere landen ons voorzien van mondkapjes ter bescherming tegen het coronavirus. Het ging hier volgens hem om ‘een Europees probleem’ en de weigering van andere landen om Nederland mondkapjes te leveren noemde hij ‘schandalig en onacceptabel’. Intussen wijst de rest van Europa echter op de botte opstelling van Nederland wat betreft de vraag om Europese noodhulp voor die zwakke landen die nu volledig dreigen in te storten. Onze minister van financiën beargumenteerde deze ‘Nederland Eerst’-opstelling zelfs door de vraag op te werpen waarom deze zwakke landen anders dan Nederland weinig buffers hadden aangelegd voor slechte tijden. Continue reading

Jonge veelplegers: een 5 stappen aanpak

26 maart 2020

Een kleine groep jonge criminelen pleegt voortdurend delicten. Er bestaan veel misverstanden over het verloop van hun criminele routine en over de geëigende aanpak van deze jongeren. Op grond van langdurig onderzoek van een grote groep jonge veelplegers (I.Weijers Veelplegers aanpakken, 2019) heb ik een aanpak in 5 stappen ontwikkeld.

Continue reading

Jongeren en messen 2

9 maart 2020

Wat is er aan de hand? Op 23 februari steekt een 18-jarige in Alphen aan de Rijn een jongen van 16 dood en worden nog eens drie mensen gewond. De volgende ochtend houdt de politie in Rotterdam twee 16-jarigen aan op verdenking van betrokkenheid bij een steekincident bij metrostation Graskruid, waarbij twee jongens van 18 en 17 ernstig gewond raken. Dezelfde middag raakt iemand in Santpoort in Noord-Holland zwaargewond als gevolg van een steekpartij op een school voor praktijkgericht onderwijs. Enkele dagen later meldt de politie dat in Hulst, Zeeuws-Vlaanderen, een baldadige jongen die door een buschauffeur was gesommeerd de bus te verlaten, de chauffeur met een mes heeft aangevallen. Een dag later houdt de politie in Hoofddorp een 19-jarige aan die tijdens een huisfeestje drie mensen heeft neergestoken. Op 4 maart wordt een minderjarige in Diemen door twee jongens aangevallen met een machete. Een dag later wordt in Rotterdam op metrostation Alexander een man ernstig door messteken gewond na een ruzie met twee jongens van 17 jaar. Continue reading