Jonge drugsdealers aanpakken (2)

11 september 2019

De Telegraaf, die de bevindingen van De achterkant van Amsterdam als eerste en met de gebruikelijke bombarie bracht, presenteert dit graag als typisch lokaal, Amsterdams probleem.Niets is echter minder waar. Rotterdam vormt (samen met Antwerpen) een cruciale doorvoerhaven, van waaruit cocaïne verder naar West-Europa wordt gesmokkeld. De productie van XTC is sterk geconcentreerd in Brabant. Festivals in het hele land kennen het fenomeen van wijdverbreid pillengebruik en alle steden hebben hier mee te maken.

Ingewijden zoals de Brabantse recherchechef Rienk de Groot spreken van een ernstige toestand van de zware georganiseerde criminaliteit in het hele land, als gevolg van onze vooraanstaande positie van ons land op de markt voor verdovende middelen. De afgelopen vijftig jaar heeft de georganiseerde misdaad in Nederland zich ontwikkeld tot een ‘robuust professioneel systeem’ en die ontwikkeling is niet alleen gepaard gegaan met toenemend excessief geweld in de openbare ruimte, met de vergaring van grote illegale vermogens die door witwassen de legale economie binnenkomen en bedreigen en met grootschalige corruptie en bedreiging van bestuurders en medewerkers van justitie en politie. De Groot constateert dat de situatie nu uit de hand dreigt te lopen door de snelle opkomst van de cocaïnesmokkel die financieel nog veel lucratiever is dan de productie van wiet en xtc. Hij ziet een rol voor de wetenschap om te adviseren of regulatie of legalisatie in Europees verband een oplossing van het probleem vormt.

Ook een autoriteit op het gebied van onderzoek naar de georganiseerde criminaliteit als de criminoloog Cyrille Fijnaut stelt vast dat het al lang niet meer om een Amsterdams en zelfs niet alleen om een Nederlands probleem gaat. Hij stelt dat hoe men het drugsprobleem ook wil aanpakken, dat ‘alleen maar kan werken in Europees verband.’ Net als De Groot stelt hij daarbij de vraag of we in Nederland (én in de rest van West-Europa) nog wel op deze voet kunnen doorgaan: ‘Moeten we eigenlijk niet zeggen: dit is onhoudbaar, het roer moet om.’ Hij vergelijkt de huidige situatie in Nederland met de jaren twintig van de vorige eeuw in de VS, toen de drooglegging leidde tot grootschalige smokkel van drank waarmee de Amerikaanse georganiseerde misdaad in het zadel werd geholpen. Ruim een decennium later maakte de politiek een einde aan het verbod op de productie en verkoop van alcohol in de VS. Daarbij ging het om drie cruciale vragen die volgens Fijnaut op dit moment bij onze drugsproblematiek net zo aan de orde zijn: Is er nog draagvlak voor een verbod? Heeft  handhaving van een verbod niet onbedoeld enorme negatieve gevolgen (zoals het ontstaan van een grote zwarte markt die door criminele organisaties wordt gerund)? Is het extreme beslag op de beschikbare middelen die de handhaving van het verbod verlangt nog wel verantwoord?

Intussen staan we hier voor een fiks dilemma. Want anderen, dichter bij het beleid, pleiten juist voor meer investering en een bredere en ingrijpender aanpak van dit probleem. Zo verlangt de onlangs van Rotterdam naar Amsterdam overgestapte korpschef Frank Paauw een ‘superprogramma’, waarin hij alle programma’s tegen misdaad bij elkaar wil brengen: ‘We moeten beginnen in de wijken: hoeveel brengen we op straat? Wie is daar de baas? (…) In Rotterdam-Zuid hadden we een programma om én in de gezinnen te komen én over wonen, scholing en werk te gaan én te strijden tegen ondermijning. Met geld vanuit het rijk, met capaciteit van iedereen, inclusief de belastingdienst. We zullen van deur tot deur moeten, met meer drang en dwang. De landelijke wachttijden voor de jeugdzorg moeten omlaag. Dat kost een klap geld, maar we zijn een rijk land en Den Haag investeert ook fors in infrastructuur. Ik hoop ook op geld voor jeugdzorg, voor wijkagenten.

Voor beide opties lijkt veel te zeggen, maar ik zie nog niet hoe ze op dit moment met elkaar te verenigen zijn. Legalisering lijkt een geloofwaardig perspectief voor de lange termijn. Maar gezien het ontbreken van politieke consensus en de aarzelende houding van Den Haag met alleen al de introductie van experimenten met legale wietteelt en in het licht van de onmacht van Europa om over welk onderwerp ook flinke stappen te zetten, verwacht ik legalisering van drugs – inclusief de zwaardere variaties – niet meer mee te maken. Aan de andere kant zie ik een aanpak zoals Paauw bepleit ook niet snel van de grond komen. Nog afgezien van de juridische en principiele reserves ten aanzien van de Rotterdamse aanpak en vragen omtrent de uiteindelijke winst, denk ik dat Den Haag nog onvoldoende doordrongen is van de praktische urgentie van dit vraagstuk. Ik verwacht dan ook niet dat er op korte termijn werkelijk voldoende geld in de door Paauw gewenste breedte zal worden uitgetrokken.

Toch kunnen hier misschien belangrijke stappen worden gezet. Dan mag worden verwacht dat de aanpak van jongens als Jamal daar deel van gaat uitmaken, als onmisbare dimensie in een offensief tegen drugsgebruik en de daarmee verbonden handel. Hoewel de recente taboeisering van het roken natuurlijk onder heel andere condities plaatsvond, laat dit wel zien dat een beleids- en media-offensief tegen een breed gedragen, maar schadelijke praktijk wel degelijk succesvol kan zijn. In dit geval zal veel afhangen van de vraag of het lukt om het korte termijn perspectief van taboeiseren en aanpakken op geloofwaardige wijze te verbinden met het lange termijn perspectief van legalisering.

 

Jonge drugsdealers aanpakken (1)

8 september 2019

Naar aanleiding van alle commotie over de studie De achterkant van Amsterdam waarin een beeld wordt geschetst van de uit de handlopende drugscriminaliteit in de hoofdstad, liep Het Parool twee dagen mee met een jonge drugsdealer. Jamal (27) is een slimme, charmante jongen die goed kon leren maar in zijn jeugd zwaar in de criminaliteit terecht kwam en op zijn 20ste drie jaar de gevangenis in moest wegens roofovervallen. Daar ontdekte hij de wereld van de drugshandel. Sinds enkele jaren werkt hij samen met een maat als zelfstandig ‘ondernemer’ in deze wereld. Hij koopt cocaïne in in Rotterdam – 1 kilo voor € 28.000; dat brengt in de verkoop ruim het dubbele op. ‘Als ik over drie jaar de drie miljoen heb aangetikt, stop ik.’ Dit is precies de attitude van de volharders in ons onderzoek naar jonge veelplegers: ‘als ik 1 miljoen heb, … of 500.000, dan kap ik ermee.’ Continue reading

Kwajongensstreken 2: Nepwapens

4 september 2019

Op elkaar schieten met een neppistool, een speelgoedgeweer, een stukje hout dat zich daarvoor leent, een plastic waterpistool of ronddraven met een tak als zwaard of een pijl en boog. Het hoort allemaal bij kinderspel, of je als opvoeder nou vredelievend bent of enig vertoon van geweld juist wel kan appreciëren, gruwt van films met achtervolgingen of dol bent op murdermovies. Zoals onlangs nog eens duidelijk werd bij de heisa over de arrestatie van de zoon van de Amsterdamse burgemeester, houdt het plezier en de fascinatie voor dergelijk spel bij veel jongens nog lang aan, de laatste decennia gestimuleerd door een omvangrijke nepwapenindustrie. Van plastic pistolen bij de grote speelgoedketens tot nauwelijks van echt te onderscheiden metalen lookalike-pistolen, allemaal grotendeels geproduceerd in Azië. De allergoedkoopste, plastic versies kun je winnen op de kermis; de strakke, zware imitaties variërend van handvuurwapens tot machinegeweren kun je via internet bestellen.
Criminelen blijken de laatste jaren nogal eens van die levensechte neppers gebruik te maken. De goedkope, zwarte varianten die op enige afstand toch net echt lijken, blijken een buitengewone aantrekkingskracht uit te oefenen op veel pubers en adolescenten. En daar stuiten we op een probleem. Continue reading

Jeugdzorg: niet meer separeren vereist investeren

28 augustus 2019

In de NRC van afgelopen weekend vertellen drie enthousiaste jonge juffen over hun eerste jaar voor de klas. Alle drie zijn super gemotiveerd en het is geweldig om te horen hoe enthousiast ze de praktijk zijn ingedoken. Dat het een echte ‘duik’ was – zo van de pabo in je eentje de praktijk van een volle klas in – wordt meteen duidelijk. De één kwam voor een groep kleuters te staan, waar ze nauwelijks ervaring mee had. De ander voor groep zeven: „In het begin van het jaar wist ik überhaupt niet hoe ik een klas gezellig moest inrichten. En hoe maak je een planning, welke vakken geef je, hoeveel tijd heb je daarvoor nodig? Praktische zaken die ze je niet leren op de pabo.” Nummer drie zegt dat ze het écht leuk vond, maar dat ze halverwege het jaar wel dacht: “als dit het is, dan wil ik het niet.” In haar klas van 27 kinderen zat een tijdje een jongetje met veel woedeaanvallen. „Het leek alsof er 80 kinderen in de klas zaten.” Ze  concluderen dat je op de pabo te weinig leert over de kinderen met wie je in de praktijk moet werken: diverse nationaliteiten, vaak een taalachterstand en soms écht lastig gedrag. Continue reading

Kwajongensstreken 1: Privacy en de toekomst van het kind

21 augustus 2019

Met de Kinderwetten begin vorige eeuw ontstond een radicaal nieuwe verhouding tussen kind, ouders en overheid. Ons land was politiek, maatschappelijk en cultureel diep verdeeld in enkele grote zuilen – protestants-christelijk, rooms-katholiek, sociaal-democratisch en liberaal – en toch was er tegelijkertijd opvallend sterke consensus als het ging om de nieuwe benadering van kinderen in problemen, zowel jeugd die gevaar liep als die gevaar veroorzaakte. Terwijl vanwege de verzuiling op het terrein van het onderwijs – ‘de schoolstrijd’ – de stemming over de invoering van de leerplicht in de Tweede Kamer in 1900 maar net in het voordeel van het wetsvoorstel uitviel, werden de veel ingrijpender vernieuwingen op het vlak van de verhouding tussen kind, ouders en overheid die de Kinderwetten brachten een jaar later door het parlement soepel en zelfs zonder hoofdelijke stemming aangenomen. Continue reading

Behandeling jonge geweldplegers cruciaal

2 augustus 2019

Momenteel circuleert een petitie voor verhoging van de strafmaxima voor jeugdige daders van zware geweldsdelicten. Het initiatief daartoe is genomen door de ouders van drie kinderen die allen twee jaar geleden op afschuwelijke, nauwelijks te bevatten wijze zijn omgebracht door minderjarige daders – Romy Nieuwburg uit Hoevelaken en Savannah Dekker uit Bunschoten (beiden 14 jaar) en Nick Bood (16) uit Assendelft; de daders waren 14 en 17 jaar oud. Deze ouders hebben zich vorig jaar met andere nabestaanden van extreem geweld verenigd in de Federatie Nabestaanden Geweldslachtoffers (FNG). Voorzitter is Jack Keijzer, wiens 16-jarige zoon in 2007 op monsterachtige wijze is omgebracht door twee (volwassen) daders. Eerder richtte Keijzer samen met Joost Eerdmans en Martin Roos het Burgercomité tegen Onrecht op. De petitie, die inmiddels ruim 70.000 maal is ondertekend, beoogt de jeugddetentie te verlengen van maximaal 1 naar 2 jaar voor 14- en 15-jarigen en van maximaal 2 naar 5 jaar voor 16- en 17-jarigen. Continue reading

Mee-ouder krijgt beperkt gezag

14 juli 2019

‘Historische doorbraak’, kopte RTL Nieuws op 11 juli na lezing van een concept-Kamerbrief van het kabinet over nieuwe regels betreffende het ouderschap. Volgens RTL werden zowel de regels betreffende draagmoederschap als ouderlijk gezag bij gezinnen met meer dan twee ouders ingrijpend veranderd.

Als we kijken naar wat het kabinet hierover een dag later naar buiten bracht, dan klopt dat wat betreft het draagmoederschap, maar daar was ook weinig discussie over. Commerciële motieven blijven verboden, maar het verbod voor vrouwen om zich openlijk als draagmoeder aan te bieden wordt opgeheven. Wat betreft meeroudergezag ligt het ingewikkelder. Terwijl RTL Nieuws meteen concludeerde dat ‘ouders straks maximaal vier ouders kunnen hebben’ en anderen deze conclusies klakkeloos overnamen, concludeerden andere media enkele dagen later dat het kabinet ‘mee-ouders’ geen wettelijk gezag geeft en dat kinderen slechts twee ouders kunnen hebben. Het COC verwierp de voornemens van het kabinet zelfs meteen als ‘onacceptabel’ en ‘dieptriest‘. Continue reading

Kiesrecht vanaf 16 jaar?

12 juli 2019

In Italië werd na de Tweede Wereldoorlog algemeen kiesrecht met stemplicht ingevoerd. In Een dag op het stembureau beschrijft Italo Calvino hoe ziekenhuizen, inrichtingen en kloosters begin jaren vijftig door de christendemocratische partij als een vanzelfsprekend electoraal reservoir werden geëxploiteerd. In al die grote instellingen waar de kerk de scepter zwaaide werden stembureaus ingericht. Afgevaardigden van het stembureau gingen de zalen langs waar de nonnen en priesters voor de bedlegerigen een kruisje zetten, groepsgewijs werden blinden, doven, verlamden, psychiatrische patiënten en verstandelijk beperkten die konden lopen naar de stembus begeleid door nonnen en priesters die voor de hele groep een kruisje zetten of hen collectief instrueerden. Zo kon het gebeuren ‘dat een groepje het stemlokaal binnentrad terwijl ze in koor het nummer van de lijst en de naam van de kandidaat repeteerden: ‘Een, twee, drie, Quadrello! Een, twee, drie, Quadrello!‘ Continue reading

Lekker voorlezen

7 juli 2019

‘Kinderen houden van lezen. Ook al zeggen ze soms van niet, als je met ze gaat zitten en ze afwisselend voorleest en zelf laat lezen, dan houden ze van lezen.’ Met deze stelling begint een recente column van Tommy Wieringa, waarin hij vertelt over zijn voorleeservaringen met kinderen van zes tot negen jaar op de school van zijn dochters, een paar ochtenden in de week, altijd in groepjes van twee. Natuurlijk is het (voor)leesplezier van kinderen afhankelijk van een aantal condities, zoals het voorleesvermogen van de voorlezer en de vraag wat ie meebrengt om (uit voor) te lezen, maar ook in welke omgeving – school, thuis of bij opa en oma – en op welk moment – midden op de dag of voor het slapen gaan. En niet te vergeten de ontwikkelingsleeftijd van het kind. Continue reading

Inenten, of: hoe beschermen we de kleinsten?

4 juni 2019

Pauw, donderdagavond 17 november 2016. Waarschijnlijk was dit de enige keer dat de talkshowhost zich de dag na de uitzending gedwongen zag daarop terug te komen en excuses te maken. Drie gasten hadden op de 17van hem de kans gekregen ongeremd hun gal te spuwen over het inenten van kinderen en met een serie wilde verdachtmakingen rond vaccinaties op de proppen te komen, terwijl de voorzichtig formulerende kinderarts werd geïntimideerd. De uitzending leidde tot een handtekeningenactie. Volgens sommigen had daar een ‘welbespraakte medicus’ moeten zitten, die de antiprikkers ‘met harde feiten naar een hoek van de studio had gewezen.’  Anderen meenden echter dat dit niets zou hebben geholpen. Volgens hen toonde het gehele optreden juist aan ‘dat educatie en met feiten om de oren slaan niet helpt als mensen heilig overtuigd zijn van het tegendeel.’ Continue reading