Patstelling nekt jeugdzorg

15 november 2019

Op 1 maart dit jaar berichtte NRC Handelsblad na onderzoek samen met de Rotterdamse website Vers Beton over grote systeemproblemen in de Rotterdamse jeugdzorg. In Rotterdam-Rijnmond, waar voormalig wethouder en huidig minister Hugo de Jonge indertijd met de nodige tamtam voorop had gelopen bij de transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten, werden fatsoensgrenzen overschreden en werkten instanties langs elkaar heen. Anderhalve maand later concludeerde de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd dat het gebrek aan samenwerking tussen de verantwoordelijke instellingen in deze jeugdzorgregio zo ernstig was dat dit leidde tot ernstige veiligheidsrisico’s voor kinderen. Uitgerekend de verantwoordelijke Rotterdamse bestuurder van de Jeugdbescherming houdt nu in dezelfde krant sans gêne een zalvend pleidooi voor samenwerking in de jeugdzorg! Helaas is dit soort schaamteloosheid niet uitzonderlijk, maar lijkt dit de laatste jaren gemeengoed onder verantwoordelijke beleidspersonen op dit terrein.

Dat was ook het meest opvallend in de reacties van de VNG en de G40 op de recente snoeiharde kritiek van de gezamelijke Inspecties op de gang van zaken in de jeugdzorg en op de daaropvolgende voorstellen van de ministers De Jonge en Dekker: de schaamteloosheid. Let wel, in de aanloop naar de transitie deed De Jonge samen met zijn collega wethouders en staatssecretaris Van Rijn de prangende zorgen vanuit het veld botweg af als “angsthazerij” en drong hij aan op onverkort doorzetten. Ook de afgelopen jaren hield hij stug vol dat het allemaal goed zou komen. Maar nu de jeugdzorg onmiskenbaar in een diepe crisis is beland, komt hij tenminste met enkele bescheiden voorstellen om weer enige nationale verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg te nemen en de zwaardere vormen regionaal te organiseren. Er kunnen serieuze vraagtekens worden gezet bij de inhoud en uitvoerbaarheid van deze voorstellen, er moet veel meer geld bij en er moet sowieso veel meer gebeuren om de jeugdzorg te redden, maar er wordt tenminste een opening gemaakt.

Maar zijn oud collega wethouders liggen meteen dwars: “niet vanaf de Haagse tekentafel”, “geen onzekere top-down stelselwijziging”, “niet direct het hele systeem weer gaan verbouwen”, “samenwerking kabinet-gemeenten bemoeilijkt.” Je moet maar durven. Immers, het meest bittere is dat van meet af aan is gewaarschuwd voor alle elementen van de crisis waarin we nu zijn terecht gekomen. Al in 2014 wees de commissie Geluk erop dat instellingen hun deuren moesten sluiten en anderen zouden volgen, met langere wachttijden als gevolg. Ouders van een kind dat jeugdzorg ontving vanuit een financieel kwetsbare instelling moesten zich serieus zorgen maken. De koepelorganisaties in de jeugdzorg waarschuwden voor een drama. Vlak voor de invoering bleek driekwart van de gemeenten de continuïteit van de zorg niet te kunnen garanderen. De rekenkamers van de vier grote gemeenten gaven aan dat een goede infrastructuur voor het beoogde jeugdbeleid ontbrak en nog jarenlang zou ontbreken. Deskundigen voorspelden een administratieve chaos.

Al deze zorgen werden in de daarop volgende jaren voortdurend bewaarheid. Al in het eerste jaar concludeerde de Kinderombudsman dat de gemeenten bewust financiële afwegingen maakten ten koste van kinderen. In het voorjaar van 2017 stelde de Transitie Autoriteit Jeugd dat de decentralisatie van de jeugdhulp compleet dreigde vast te lopen vanwege de gigantische administratieve rompslomp die de gemeenten hadden veroorzaakt. Instellingen waren omgevallen en talloze vrijgevestigden gestopt met jeugdzorg omdat ze het financieel niet langer konden bolwerken. Afdelingen voor kinder- en jeugdpsychiatrie moesten sluiten; kinderen met ernstige acute psychische problemen belandden maandenlang op wachtlijsten, zelfs bij de crisisopvang. Alom luidde de kritiek dat de gemeente op de stoel van de behandelaar plaatsnam. De evaluatie van de Jeugdwet vorig jaar maakte opnieuw duidelijk dat het gaat om structurele tekortkomingen in het nieuwe stelsel. Door enkele duizenden jeugdzorgmedewerkers werd dat tijdens een demonstratie in Den Haag nog eens krachtig verwoord.

Maar de bureaucraten van de grote gemeenten durven na al die jaren van neergang nog woorden in de mond te nemen als “niet direct het hele systeem weer verbouwen”! Terecht concludeerde oud hoogleraar staatsrecht Douwe Elzinga een half jaar geleden dat juist hun vereniging “de gemeenten in het pak heeft genaaid en de miljoenentekorten ingerommeld.”

Zoals gezegd is het geld dat het kabinet beschikbaar stelt volstrekt ontoereikend om de zorg voor de meest kwetsbare kinderen te redden. Maar daarvoor moet er in elk geval ook veel meer nationale regie komen en moet het huidige stelsel op de schop. Kortom, ondanks het harde oordeel van de inspecties zorgen kabinet en gemeenten voor een patstelling, met als uitkomst dat talloze kinderen in de jeugdzorg nog steeds in de steek worden gelaten.

Tenslotte nog dit: wat had het allemaal anders kunnen lopen als de zorg voor de meest kwetsbare kinderen gewoon via de ggz was blijven lopen. Gezien de huidige opstelling van de bestuurders valt echter te vrezen dat zij niet in staat zullen zijn dat nog ooit toe te geven.

 

Kabinet miskent crisis in de jeugdzorg

8 november 2019

Ze hebben geen tractors, ze beschikken niet over vrachtwagens, ze zijn ook niet met vele tienduizenden en ze kunnen meestal ook niet zomaar de deur achter zich dicht trekken om echt massaal naar Den Haag te trekken. Maar als in één sector de nood echt aan de man is dan wel in de jeugdzorg. En als in één sector een extreem beroep wordt gedaan op de mensen die er werken en ondanks alle problemen doorgaan dan scoort de jeugdzorg ook bijzonder hoog. Donderdag verscheen een vernietigend rapport van de Inspecties Gezondheidszorg en Jeugd en Justitie en Veiligheid over de crisis in de jeugdzorg. Met de alarmerende titel Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd geven  de Inspecties aan dat hulp voor jongeren en gezinnen met de meest complexe en zware problematiek niet of niet tijdig beschikbaar is. Kwetsbare kinderen komen terecht op achtereenvolgende wachtlijsten, waardoor ze   langer in onveilige situaties blijven en meer beschadigd raken, waardoor hun problematiek verergert. De inspecties concluderen dat de tot nu toe genomen maatregelen de problemen niet oplossen. Er zijn (inmiddels) te weinig mensen die het werk (nog) kunnen en willen uitvoeren. Het personeelsverloop is groot, evenals het verzuim. Instellingen kunnen de benodigde zorg niet altijd leveren. De financiële situatie van vier op de tien jeugdzorgaanbieders wordt „hoog risicovol” genoemd. Continue reading

Sextortion is geen instapdingetje voor jonge newbies

3 november 2019

Er blijkt een nieuwe criminele cyberhobby onder jongeren ontwikkeld: sextortion, afpersen met naaktbeelden. De afgelopen decennia is het massaal gebruik van ICT, met name onder jongeren, gepaard gegaan met de opkomst van een zich razendsnel uitbreidende variatie aan cybercriminaliteit. Dat gebeurt niet alleen via de computer maar kan ook via smartphone, smartwatch of tablet. Het kan gaan om hacking, DDoS-aanvallen, ransomware, malware, virussen, en zelfs om manipulatie van gegevens buiten de computer of internetaansluiting van een slachtoffer om, via de computerchips van telefoons, bankpassen en chipkaarten. Het kan ook gaan om ‘klassieke’ delicten die nu online worden gepleegd, zoals internetoplichting, phishing en afpersing via e-mail, zoals in het geval van sextortion. Continue reading

Aanpak drugscriminaliteit vereist complete politieke koerswending

7 oktober 2019

Het ochtendblad van ‘wakker Nederland’, dat de bevindingen van het rapport De achterkant van Amsterdam over de ondermijnende criminaliteit in de hoofdstad eind augustus als eerste bracht, presenteerde dit gretig als typisch lokaal, Amsterdams probleem. Niets is minder waar. Rotterdam vormt een cruciale doorvoerhaven voor de smokkel van cocaïne door heel Europa. Brabant kent een hoge concentratie van de productie van XTC. Op feesten en festivals in het hele land gelden aanbod en consumptie van allerhande pillen als ‘normaal’. En al hebben de protesterende boeren wat anders aan hun hoofd, de ondermijning beperkt zich allerminst tot de grote stad maar strekt zich allang uit tot het platteland, zoals Tommy Wieringa in zijn column van 21 september met verbazing constateert: ‘Vriezenveen en coke, het wil bij mij nog altijd niet samenvallen.’ Continue reading

Kabinet blijft ongevoelig voor noden jeugdzorg

23 september

Het is wrang: terwijl het Rijk voor het derde jaar op rij royaal geld over houdt, zijn bij de gemeenten steeds grotere tekorten ontstaan. Wethouder Marinka Mulder uit Renkum twitterde daarover ‘Nederland is nog nooit zo rijk geweest. En de gemeenten worden gedwongen om te bezuinigen alsof we in een diepe economische crisis zitten.’ Wethouder Rachid Guernaoui (Groep de Mos/ Hart voor Den Haag) gaat uit van een structureel jaarlijks tekort van 70 miljoen voor Den Haag.  Paul Depla, burgemeester van Breda en voorzitter van de G40 zei: ‘Het cynische is dat je aan de ene kant een jubelende overheid hebt in Den Haag en aan de andere kant lokale gemeenten die moeten korten op voorzieningen.’ VNG-voorzitter Jan van Zanen, oud voorzitter van de VVD, voegt daaraan toe: ‘Ik snap dat de uitgaven van het kabinet op gang moeten komen, maar dit duurt wel erg lang. Onderbesteding kan een keer een jaar gebeuren, maar dit is nu het derde jaar op rij, kom op zeg.’ Continue reading

Jonge drugsdealers aanpakken (2)

11 september 2019

De Telegraaf, die de bevindingen van De achterkant van Amsterdam als eerste en met de gebruikelijke bombarie bracht, presenteert dit graag als typisch lokaal, Amsterdams probleem.Niets is echter minder waar. Rotterdam vormt (samen met Antwerpen) een cruciale doorvoerhaven, van waaruit cocaïne verder naar West-Europa wordt gesmokkeld. De productie van XTC is sterk geconcentreerd in Brabant. Festivals in het hele land kennen het fenomeen van wijdverbreid pillengebruik en alle steden hebben hier mee te maken. Continue reading

Jonge drugsdealers aanpakken (1)

8 september 2019

Naar aanleiding van alle commotie over de studie De achterkant van Amsterdam waarin een beeld wordt geschetst van de uit de handlopende drugscriminaliteit in de hoofdstad, liep Het Parool twee dagen mee met een jonge drugsdealer. Jamal (27) is een slimme, charmante jongen die goed kon leren maar in zijn jeugd zwaar in de criminaliteit terecht kwam en op zijn 20ste drie jaar de gevangenis in moest wegens roofovervallen. Daar ontdekte hij de wereld van de drugshandel. Sinds enkele jaren werkt hij samen met een maat als zelfstandig ‘ondernemer’ in deze wereld. Hij koopt cocaïne in in Rotterdam – 1 kilo voor € 28.000; dat brengt in de verkoop ruim het dubbele op. ‘Als ik over drie jaar de drie miljoen heb aangetikt, stop ik.’ Dit is precies de attitude van de volharders in ons onderzoek naar jonge veelplegers: ‘als ik 1 miljoen heb, … of 500.000, dan kap ik ermee.’ Continue reading

Kwajongensstreken 2: Nepwapens

4 september 2019

Op elkaar schieten met een neppistool, een speelgoedgeweer, een stukje hout dat zich daarvoor leent, een plastic waterpistool of ronddraven met een tak als zwaard of een pijl en boog. Het hoort allemaal bij kinderspel, of je als opvoeder nou vredelievend bent of enig vertoon van geweld juist wel kan appreciëren, gruwt van films met achtervolgingen of dol bent op murdermovies. Zoals onlangs nog eens duidelijk werd bij de heisa over de arrestatie van de zoon van de Amsterdamse burgemeester, houdt het plezier en de fascinatie voor dergelijk spel bij veel jongens nog lang aan, de laatste decennia gestimuleerd door een omvangrijke nepwapenindustrie. Van plastic pistolen bij de grote speelgoedketens tot nauwelijks van echt te onderscheiden metalen lookalike-pistolen, allemaal grotendeels geproduceerd in Azië. De allergoedkoopste, plastic versies kun je winnen op de kermis; de strakke, zware imitaties variërend van handvuurwapens tot machinegeweren kun je via internet bestellen.
Criminelen blijken de laatste jaren nogal eens van die levensechte neppers gebruik te maken. De goedkope, zwarte varianten die op enige afstand toch net echt lijken, blijken een buitengewone aantrekkingskracht uit te oefenen op veel pubers en adolescenten. En daar stuiten we op een probleem. Continue reading

Jeugdzorg: niet meer separeren vereist investeren

28 augustus 2019

In de NRC van afgelopen weekend vertellen drie enthousiaste jonge juffen over hun eerste jaar voor de klas. Alle drie zijn super gemotiveerd en het is geweldig om te horen hoe enthousiast ze de praktijk zijn ingedoken. Dat het een echte ‘duik’ was – zo van de pabo in je eentje de praktijk van een volle klas in – wordt meteen duidelijk. De één kwam voor een groep kleuters te staan, waar ze nauwelijks ervaring mee had. De ander voor groep zeven: „In het begin van het jaar wist ik überhaupt niet hoe ik een klas gezellig moest inrichten. En hoe maak je een planning, welke vakken geef je, hoeveel tijd heb je daarvoor nodig? Praktische zaken die ze je niet leren op de pabo.” Nummer drie zegt dat ze het écht leuk vond, maar dat ze halverwege het jaar wel dacht: “als dit het is, dan wil ik het niet.” In haar klas van 27 kinderen zat een tijdje een jongetje met veel woedeaanvallen. „Het leek alsof er 80 kinderen in de klas zaten.” Ze  concluderen dat je op de pabo te weinig leert over de kinderen met wie je in de praktijk moet werken: diverse nationaliteiten, vaak een taalachterstand en soms écht lastig gedrag. Continue reading

Kwajongensstreken 1: Privacy en de toekomst van het kind

21 augustus 2019

Met de Kinderwetten begin vorige eeuw ontstond een radicaal nieuwe verhouding tussen kind, ouders en overheid. Ons land was politiek, maatschappelijk en cultureel diep verdeeld in enkele grote zuilen – protestants-christelijk, rooms-katholiek, sociaal-democratisch en liberaal – en toch was er tegelijkertijd opvallend sterke consensus als het ging om de nieuwe benadering van kinderen in problemen, zowel jeugd die gevaar liep als die gevaar veroorzaakte. Terwijl vanwege de verzuiling op het terrein van het onderwijs – ‘de schoolstrijd’ – de stemming over de invoering van de leerplicht in de Tweede Kamer in 1900 maar net in het voordeel van het wetsvoorstel uitviel, werden de veel ingrijpender vernieuwingen op het vlak van de verhouding tussen kind, ouders en overheid die de Kinderwetten brachten een jaar later door het parlement soepel en zelfs zonder hoofdelijke stemming aangenomen. Continue reading