Deze blogs verschijnen ook op http://blog.pedagogiek.nu

12 jarige weigert chemo

 13 mei 2017

Er is veel media-aandacht voor de rechtzaak over een 12-jarige die een mogelijk cruciale medische behandeling weigert. Voor een goed begrip is het van belang om te kijken naar wat hierover in de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) staat. De WGBO stelt namelijk dat een medische behandeling van een kind tussen 12 en 16 jaar behalve toestemming van de ouders of voogd ook toestemming van het kind zelf vereist, tenzij het kind wilsonbekwaam wordt geacht. Van belang is vooral het feit dat de wet uitdrukkelijk stelt, zoals ik in eerdere blogs en in Rotjeugd en PiP schreef, dat in geval het kind tegen de wens van de ouders ingaat en daar naar het oordeel van de arts weloverwogen aan vast houdt, de stem van het kind uiteindelijk de doorslag dient te geven.

Die richtlijn is inmiddels ook door de rechter in Alkmaar gevolgd in de kwestie die de aanleiding vormde voor de media-aandacht voor dit onderwerp. Op 12 mei heeft de rechtbank beslist dat de 12-jarige David zijn chemobehandeling van een hersentumor niet hoeft te hervatten. ‘In de door de wetgever gemaakte keuze om wilsbekwame patiënten van 12 jaar en ouder het recht toe te kennen om ook in levensbedreigende situaties over hun behandeling te beslissen ligt besloten dat dan ook moet worden gerespecteerd dat die beslissing door een kind wordt genomen.’ Terecht voegt de rechter er aan toe dat de uitoefening van dit zelfbeschikkingsrecht ‘voor ouders een hard gelag kan zijn’.

In november 2016 is bij David een hersentumor geconstateerd en operatief verwijderd. Eerder dit jaar werd hij hiervoor zes weken lang iedere dag bestraald. In aanvulling op deze behandeling had hij vanaf eind maart vijf weken een chemokuur moeten ondergaan, maar dat weigerde David. Zijn ouders zijn gescheiden, David woont bij zijn moeder. De ouders lagen al snel met elkaar overhoop over de te volgen stappen na de operatie. David wilde niet bestraald en geen chemo. Moeder volgde David en zij geloofde in een alternatieve aanpak; vader stond op doorzetten van de standaardbehandeling. Het ziekenhuis waarschuwde de Raad voor de Kinderbescherming en die stapte naar de rechter. Daarop besloot de kinderrechter om David in het belang van zijn gezondheid tijdelijk uit huis te plaatsen, om daarmee de volgens de artsen absoluut noodzakelijke, wekenlange dagelijkse bestraling mogelijk te maken. Toen de moeder kort daarop akkoord ging met de behandeling werd de uithuisplaatsing weer beëindigd. Daarna weigerde David de vervolgbehandeling met chemo. Daarop daagde de vader de stichting die is belast met het toezicht en de begeleiding van zijn zoon voor de rechter.

Het gaat hier niet meer om een ‘eenvoudige’ kwestie van direct levensgevaar, want dan zouden de artsen en de stichting niet akkoord gaan. Het gaat nu, zoals bij diverse medische behandelingen, om een verre van doorzichtige situatie, waarbij allerlei afwegingen omtrent gevolgen van wel of niet ingrijpen, met welke middelen en diverse schattingen met veel onzekerheden aan de orde zijn. De stichting en de behandelend artsen respecteren de keuze van David om af te zien van chemobehandeling, al maken zij duidelijk dat dit zijn kansen op herstel reduceert. Zij erkennen dat David inmiddels al veel nare gevolgen van zijn tumor en de behandeling heeft ondervonden en zien dat hij serieuze afwegingen maakt wat betreft de kwaliteit van zijn leven en goed over de mogelijke consequenties heeft nagedacht. De vader stelt echter dat zijn zoon wilsonbekwaam is en dus niet zelfstandig kan beslissen over zo’n essentiële kwestie. De rechter is het oneens met de vader. Behalve de artsen heeft een onafhankelijke deskundige vastgesteld dat de jongen handelingsbekwaam is en weloverwogen tot zijn besluit is gekomen. De vader overweegt in beroep te gaan.

Kinderpsychiater Irma Hein, verbonden aan de Bascule, die als weinig anderen deskundig is op dit terrein, zegt in een artikel in De Volkskrant over het vermogen van jonge kinderen om zelf zo’n enorme beslissing te nemen: ‘Kinderen zijn impulsief, in een groep stoere vrienden kunnen ze zomaar domme dingen doen. En toch kunnen diezelfde kinderen weldoordachte beslissingen nemen over hun eigen medische behandeling. Omdat ze dat in een rustige omgeving doen, daar lang over nadenken, overleggen met de arts, steun krijgen van hun ouders.’

Kinderarts Heymans zegt in hetzelfde artikel: ‘Een kind van 12 komt autonomie en verantwoordelijkheid toe. Die wijsheid maakt me ook wel eens verdrietig. Zieke kinderen verliezen een stukje kind zijn.’ Daar heeft hij volkomen gelijk in. Aan de andere kant geeft hij zelf een prachtig voorbeeld van de veerkracht die jonge kinderen ook weer kunnen vertonen, dat juist weer aannemelijk maakt dat ze hun een kinderlijkheid ondanks dit soort zware verantwoordelijkheid, die eigenlijk helemaal niet thuis hoort in een kinderleven, zeker niet definitief hoeven kwijt te raken. Samen met de ouders hadden de artsen besloten dat bij een kind waarvan ze verschillende ledematen hadden moeten amputeren, meer leed ondraaglijk zou zijn en dat ze het kind zouden laten sterven. Maar het kind bleef leven en knapte op. Op een ochtend loopt Heymans door het ziekenhuis en wordt ongeveer omvergereden door datzelfde kind, met twee prothesen, op rolschaatsen.

Het is een ervaringsfeit dat ernstig zieke kinderen een stukje ‘kind zijn’ verliezen. Toch zorgt ditzelfde pijnlijke feit ervoor dat we vrede kunnen hebben met de acceptatie van hun wens om niet verder te behandelen. Maar als het voor de kinderarts en andere betrokken professionals al heel moeilijk kan zijn om zonder verdriet en pijn te aanvaarden dat de confrontatie met de dood en met vergaande achteruitgang kinderen kan veranderen in gesprekspartners die ineens bloedserieus moeten worden genomen als het om hun eigen lichaam en hun eigen leven gaat, dan is dat voor ouders uiteraard nog veel moeilijker. De enige uitweg om aan deze tragische aanvaarding te ontkomen lijkt dan nog te liggen in twijfel aan de wilsbekwaamheid van het kind. Als alle andere betrokkenen daar echter niet aan twijfelen, dan wordt het heel moeilijk zich daaraan te blijven vast klampen. Bovendien loopt de ouder die dit standpunt volhoudt, risico zijn kind emotioneel kwijt te raken. Misschien moeten we concluderen dat het bewuste artikel in de WGBO uitnodigt tot de zware en tragische pedagogische opgave te aanvaarden dat we het kind in zo’n situatie zonder reserve uiterst serieus moeten nemen.

 

 

Het belang van de rechtsstaat kan moeilijk worden overschat

6 mei 2017

‘Ons rechtssysteem is kostbaar, levert niet wat mensen nodig hebben, en is soms ronduit schadelijk. Dat ligt niet aan de spelers, maar aan het spel en strakke, verouderde spelregels.’ Zo begint de samenvatting van het recente rapport van het Haagse instituut voor innovatie van het recht (HiiL), dat in de media nogal wat aandacht kreeg. HiiL stelt dat onze procedures voor alledaagse problemen zoals burenoverlast, ontslag en scheiding vaak geen goede oplossing bieden. En elk jaar komen er vele onopgeloste problemen bij. Volgens HiiL zijn de bestaande regels hopeloos verouderd en moeten zij radicaal worden vervangen. Het rapport eindigt dan ook met een hoofdstuk getiteld ‘Alles veranderen’. Continue reading

Gemeentelijke weigering jeugdzorg door rechter afgewezen

2 mei 2017

Een meisje met psychische problemen in Steenwijkerland kreeg voor de invoering van de Jeugdwet wekelijks vier a zeven uur begeleiding via Bureau Jeugzorg. De nieuwe wet maakte de gemeente Steenwijkerland zoals overal elders in het land verantwoordelijk voor deze hulp en zo’n intensieve begeleiding betekent een hoge kostenpost voor de gemeente. Omdat de transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten ook nog eens gepaard ging met een majeure bezuiniging, gaan de gemeenten – zeker de kleine en middelgrote gemeenten – uiteraard uiterst terughoudend om met aanvragen voor (continuering van) dure zorg. Ze weten zich daarbij gesteund door de gedachte achter de transitie, dat er al te gemakkelijk gebruik wordt gemaakt van (dure) professionele hulp en dat mensen moeten worden gestimuleerd meer problemen op ‘eigen kracht’ op te lossen, door zelf of in het netwerk van familie of buren oplossingen te zoeken. Vanuit die gedachte vroeg de gemeente aan het plaatselijke Centrum Jeugd en Gezin of die dure hulp voor dit meisje wel echt noodzakelijk was. Het centrum meende dat dit onnodig was: haar moeder kon die taak wel overnemen. Continue reading

De rol van de jeugdofficier in de 21e eeuw

28 april 2017

Het is zonneklaar dat de rechtvaardiging van een apart jeugdstrafrecht is gelegen in de beperkte verantwoordelijkheid van de minderjarige. Veel minder vanzelfsprekend maar minstens zo belangrijk is het inzicht dat de kern van het jeugdstrafrecht gegeven dit uitgangspunt ligt in de pedagogische inzet of ambitie ervan. De kern van een apart jeugdstrafrecht zit ‘m niet zozeer in het pakket aan specifieke sancties (en de correcte en weloverwogen, goed geïnformeerde toepassing daarvan), al is hun bestaan volstrekt onmisbaar om tot een verantwoorde pedagogische inzet van sancties te kunnen komen. De kern zit ‘m in de aparte strafrechtelijke procedure, met uitdrukkelijk appèl op de zich ontwikkelende verantwoordelijkheid van de minderjarige en met eveneens uitdrukkelijke verantwoording van de eventueel op te leggen sanctie (dan wel het achterwege blijven daarvan) naar de mate van verantwoordelijkheid van de minderjarige. Continue reading

Ook minderjarigen onttrekken zich aan detentie

24 april 2017

Midden 2015 waren ruim 11.000 personen die waren veroordeeld tot een gevangenisstraf voortvluchtig. 2 op de 7 van de degenen die door de rechter tot detentie waren veroordeeld bleken dat jaar ‘onvindbaar’. Dit probleem van de voortvluchtigen is al enkele jaren onderwerp van politiek debat, maar er was weinig zicht op wie deze personen zijn en hoe ze het klaarspelen om uit handen van de politie te blijven. Het rapport De onvindbaren, dat op 20 april werd gepubliceerd, beoogt daar nader licht op te werpen. Continue reading

Voorbeeldig initiatief vrijwillige anticonceptie

13 april 2017

Connie Rijlaarsdam heeft de titel ‘Meest invloedrijke persoon in de publieke gezondheid 2016’ gekregen. Dat werd op woensdag 12 april bekend tijdens het avondprogramma van het Nationaal Nationaal Congres Volksgezondheid. Connie is verpleegkundig specialist bij de GGD Hart voor Brabant. Zij ontwikkelde het programma ‘Anticonceptie bij kwetsbare ouders’. Ontstaan vanuit haar ervaring in de praktijk met als doel hen op vrijwillige basis te helpen om in deze fase van hun leven géén kind te krijgen. Continue reading

De media en de vechtpartij in Arnhem

9 april 2017

Wie na een vechtpartij als eerste naar de politie stapt om aangifte van mishandeling te doen creëert daarmee een enorm voordeel. Diegene wordt namelijk vanaf dat moment beschouwd als slachtoffer, onverschillig de feitelijke toedracht. Bij minderjarigen zijn het doorgaans de ouders die zorgen dat hun kind aangifte doet, omdat een mooi nieuw jack is gescheurd, de scooter is beschadigd, fysiek letsel is toegebracht, of omdat zij zich beledigd voelen. Op zitting wordt soms pas na lang aandringen van de tegenpartij duidelijk dat helemaal niet helder is wie er begonnen is en of er wel sprake is van een slachtoffer en een dader. Vaak waren beide partijen te dronken of stoned om zich goed te herinneren wat er precies is gebeurd. Iedere strafrechtadvocaat weet dit, zeker als hij bekend is met jeugdstrafzaken, en ervaren (jeugd)officieren en politieagenten weten dit net zo goed. Ik heb meerdere malen meegemaakt dat tijdens een gesprek tussen ‘slachtoffer’ en ‘dader’ stap voor stap duidelijk werd dat de rolverdeling in feite omgekeerd lag en dat de ‘dader’ alleen in die rol terecht was gekomen, omdat hij niet meteen naar de politie was gestapt. Continue reading

Herbezinning op screening kindermishandeling noodzakelijk

20 maart 2017

Een eeuw geleden brachten de Kinderwetten cruciale verbeteringen voor het verwaarloosde en het delinquente kind. Historici hebben er echter op gewezen dat onder de voorstanders een enorm wantrouwen tegen de ouders heerste. Zo schreef de auteur van de Kinderwetten, dat er in het hele land streken waren waar ‘nagenoeg alle ouders te ontheffen en te ontzetten zouden zijn.’ Decennialang was uitgangspunt dat de band tussen ouders en kind zo grondig mogelijk verbroken moest blijven, omdat men het gezin als bron van de ondergang van de kinderen zag. Pas halverwege de vorige eeuw begon het besef door te dringen dat het contact tussen ouders en kind veelal eerder verbeterd diende te worden dan verbroken, in het belang van het kind. En geleidelijk aan drong het besef door dat ouders rechten hebben, niet als goede ouders, maar als ouders van hun kind. Tenzij aannemelijk is dat zij hun kind ernstige schade (dreigen te) berokkenen. Continue reading

Regenboog Stembusakkoord maakt belang kind ondergeschikt aan rechten ouders

9 maart 2017

In het veld, onder kinderrechters, familierechtadvocaten, mediators en opvoedkundigen is iedereen doordrongen van het inzicht dat vele kinderen de dupe worden van complexe, langdurige echtscheidingsprocedures. Ex-partners bijten zich in zo’n geval vast in hun eigen gelijk en verliezen het belang van het kind volledig uit het oog. Van alle kanten worden inmiddels oplossingen voor deze breed gesignaleerde problematiek aangedragen. Eind vorig jaar werden honderden voorstellen voor een zogeheten Divorce Challenge geselecteerd. De kinderrechters kondigden aan dat zij de vechtscheiding gecoordineerd gaan aanpakken. Continue reading

De toekomst van de jeugdhulp staat op het spel

2 maart 2017

Als bestuurder vindt staatsecretaris Van Rijn dat hij de transitie van de jeugdhulp zonder al te grote rampen heeft gerealiseerd. In de praktijk is er na twee jaar echter veeleer sprake van ernstige achteruitgang dan van verbetering. Twee jaar na de overheveling van de jeugdhulp naar de gemeenten zijn de zorgen om gebrekkige voorbereiding, gebrek aan expertise, gebrek aan regie, ondoordachte bezuinigingen en toename van bureaucratie alleen maar prangender geworden. Continue reading